Over ondertiteling (2 van 2)
- Diederik Eekhout

- Jan 10
- 71 min read
STIJLGIDS
tips en aandachtspunten
Stijlgids, volop in wording. Gebaseerd op meer dan dertig jaar ervaring in het vak en het lezen van vele stijlgidsen en andere schrijfsels die voor ons van belang kunnen zijn. Het zijn geen dogma’s, meer regels die in afgelopen tientallen jaren hun nut bewezen hebben in ons vak. Maar voor elke regel die je bedenkt, kun je meestal ook een andere bedenken. Inderdaad, het blijven dan ook keuzes, maar wel logische, gefundeerde. Doe er je voordeel mee. Het is mede bedoeld om je kennis over bepaalde materie te vergroten. Hoe dat in de praktijk uitpakt, ligt natuurlijke in hoge mate aan je klant. Je kunt dan hopelijk wel wat beter de discussie aangaan. Ergo: meer verdieping, meer gereedschap in je gereedschapskist.
Een ander groot belang ervan zit ‘m wellicht in het stroomlijnen. De ondertitelneuzen dezelfde kant op krijgen. Hopelijk kan ik hiermee wat meer eenvormigheid in gang zetten (dream on!). Natuurlijk in het belang van de kijker, maar toch ook uit eigenbelang. Het is irritant om steeds allerlei afwijkende regels te moeten volgen voor verschillende ondertitelbedrijven en/of eindklanten. Denk er wel om, alles hieronder is complete onzin als de eindklant of het ondertitelbedrijf het anders ziet. Al is dat nog zo…
Ik maak de zin maar niet af.
Vertrouw niet blind op de spellingscontrole. Alles wat die niet kent, geeft hij aan als ‘fout’. Maar dat is vaak prima gespeld. Los geschreven woorden die aan elkaar horen (en dat zijn er nogal wat in het Nederlands), signaleert hij niet als fout: vis graat motief.
Zorg voor goede naslagwerken en vertrouw niet te veel op (gratis) woordenboeken online. Ze zijn soms bruikbaar, maar vormen een enorme valkuil. Ze werken vaak simpelweg met een vorm van big data. Dus iedereen propt er (ongemerkt) wat in en die software/site hoest dat dan op. Er zit meestal geen redactie op. Dus als de input fout is…
Dit geldt eigenlijk ook voor MT/Augmented, zoals je nu steeds vaker ziet op de portals van grote ondertitelbedrijven. Ze hebben die vertalingen simpelweg geoogst uit de talloze vertalingen van vertalers en die hebben ze door hun software gehaald (die vertalingen, niet de vertalers). Maar als die vertalers allemaal dezelfde fouten maken, dan komen die fouten er dus in. Dat wordt me soms gewoon teveel! Oh, nee, het wordt me te veel! Hoe zat dat nou ook alweer, big data? Nou ja, niet te veel zeuren. Als genoeg mensen het fout doen, wordt het vanzelf goed.
Pas op met vertaalsites als: reverso.net en bab.la, etc. Ook daar worden fouten veel te vaak rondgepompt als correct. Ik gebruik ze ook weleens. Soms levert het wel degelijk iets op – crowdsourcing - maar het zijn geen echte woordenboeken, er zit geen echte redactie op. Zolang je je dat realiseert bij het gebruik ervan is er niks aan de hand.
Vertrouw ook niet blind op Wikipedia, wat spelling aangaat. Soms is het gewoon fout gespeld. Soms goed, maar dan wordt er in een artikel doorgelinkt naar een ander artikel, waar het dan weer anders/fout gespeld wordt.
Taalverandering/taalverloedering.
Een beetje off-topic, maar toch ook weer niet.
Dit levert natuurlijk eindeloze discussies op. Ik wil er niet te diep op ingaan, maar toch wel wat kaders aangeven. Het is niet aan ons als ondertitelaars om taalverandering in gang te zetten of aan te jagen of wat dan ook van die orde. Dus woorden die voor jouw gevoel – en van al je friends! op de social media - al op een bepaalde manier geschreven mogen/moeten worden, maar zo niet in de gangbare taalnaslagwerken of betere media verschijnen: hou je in. Het houdt geen waardeoordeel in over ‘betere of slechtere taal’. Het draait om toegankelijkheid. Meestal zal je voor de mainstream werken. Iedereen moet je ondertitels kunnen begrijpen (en zich niet verbazen of ergeren).
Ik stuit ook weleens op de sociale media op collega’s die menen dat correcte spelling een soort cafetariamodel is. Vrijheid, blijheid. Je snapt toch wat ik bedoel! Ik vraag me dan altijd af of hun klanten op de hoogte zijn van die insteek. Als ze nog klanten hebben. Je moet ‘correct taalgebruik/correcte spelling’ niet zien als een harnas van onwrikbare dogma’s, maar het is ook geen ballonnetje dat danst in de wind. We maken taalafspraken met elkaar om elkaar goed te kunnen begrijpen, en dat is de ene keer van groter belang dan de andere keer. Bovendien is het aan verandering onderhevig. Taalverandering zal nauwelijks jonger zijn dan taal zelf. Maar dat geldt vast ook voor taalverloedering.
Onze Taal is betrouwbaar en gezaghebbend. Maar een groot nadeel ervan is dat Onze Taal vaak A goedkeurt en B ook, en eigenlijk mag C ook nog wel. Tja, daar schiet je soms niet veel mee op. Mocht je daardoor twijfelen aan een taaldingetje, zoals: Is het nou het luipaard of de luipaard? Ze mogen allebei (nee, ik ga de historische discussie niet aan). Dus kies er een en hou dat consequent aan.
Als je genoeg verdient met dit werk, dan kan je je wellicht een abo op
Van Dale veroorloven. Helaas worstelt Van Dale ook met de wetten van de
markt, maar het is nog steeds een bruikbaar stuk gereedschap. Vraag na bij ervaren collega’s hoe je aan een mooie goedkope aanbieding kan komen.
Het kan voorkomen dat je op een programma stuit dat wat meer over een niche-onderwerp gaat of dat zich op een heel specifieke doelgroep richt. Het spreekt voor zich dat je dan meer de ruimte kan nemen om met de content mee te gaan en termen/woorden te bezigen die niet in het gangbare woordenboek staan. Overleg dat wel met je opdrachtgever: ondertitelbedrijf of uitzendklant. En vraag je vooral af: Wie kijkt er zoal naar?
Taalfouten. Ik ben niet mals als redacteur als ik fouten voorbij zie komen die simpel af te vangen zijn: woordenboek, spellingscontrole. Tja, dat is dan luiheid, onkunde, onverschilligheid of knetterende haast van de kant van de vertaler.
Maar denk erom: Iedereen maakt fauten, ook ik. Ik heb weleens over een taalkwestie gemaild met een grootheid in de Nederlandse taalwetenschap. Ik had haar mailtje nog maar net gelezen toen haar assistent me mailde en me er ietwat lacherig op attendeerde dat ‘ikweetnietmeerwad’ natuurlijk geschreven had moeten worden als ‘ikweetnietmeerwat’. Tja, het was me niet eens opgevallen.
Het gaat erom dat je de juiste dingen doet om fouten te voorkomen, maar bovenal, dat je daarna doet wat nodig is om ze te voorkomen.
Zelfs ben ik jarenlang tot op de vierkante mm geredigeerd. Elke ondertiteling werd uitgeprint en nagelezen door een ervaren redacteur met giftanden die nog nabloedden van het vorige slachtoffer. Pfff, de spanning die je voelde om je nagekeken programma’s uit je postvakje te halen…
Vandaar dat ik dan ook dondersgoed weet waar ik het over heb als ik zeg dat je het vak pas echt goed leert in de praktijk, als er tenminste overdracht van doortimmerde kennis plaatsvindt.
Als ondertitelaar ga je niet per se indikken, samenvatten, anders formuleren als dat niet nodig is. Blijf dicht bij het origineel, als dat kan. Dat ben je de makers verschuldigd. Tja, zucht, ook als de makers er nauwelijks blijk van hebben gegeven dat ze zichzelf serieus nemen. Het is niet aan ons om op zo’n manier te gaan ‘redigeren’, al helemaal niet uit gemakzucht.
De strompelende en hijgende livreiknecht verandert niet opeens in
de strompelende knecht terwijl er ruimte/tijd volop is.
Uiteraard zet je wel alle ondertitelzeilen bij als er te veel voor twee regels gespuid wordt.
Uitroeptekens gebruiken we liever niet. Ze zijn niet nodig, want we horen het aan het geluid. Als je het wel gebruikt, wat doe je dan als de ander er qua
volume nog eens overheen gaat? Zet je er dan twee? En dan daarna drie? Niet doen dus. We werken niet voor doven en slechthorenden.
Puntkomma is uit den boze. Te subtiel verschil met andere leestekens, inhoudelijk en qua zichtbaarheid. Prima te vervangen door andere tekens.
Mr/Mrs/Miss/Ms schrijven we zonder punt, in tegenstelling tot in het Engels. Denk er wel om dat Miss en Ms vaak als synoniemen gebruikt worden, maar dat zijn ze niet, al is het verschil subtiel.
Puntje van aandacht: Templates zijn bijna altijd in het Engels. Maar het speelt zich regelmatig in een niet-Engelstalig land af (hoera, fijn werken met een tussentaal). Dus Herr Bauer wordt in de tussentaal dan erg vaak Mr. Bauer. Maar daar gaan we dan natuurlijk niet Mr Bauer van maken (zonder punt). Dat wordt dan meneer Bauer, of eventueel Herr Bauer, of we laten het helemaal weg. Dat laatste is zeker een goede mogelijkheid, als we al lang weten wie hij is.
Dr. of dr?
Ik heb meerdere ‘officiële’ lijsten van grote ondertitelbedrijven
waar ze op staan. Enige uniformiteit heeft er nooit in bestaan. Officieel is de afkorting van doctor natuurlijk dr. (dus met punt).
Maar sommige collega’s vinden een punt midden in een ondertitel storend, bovendien wijzen ze op Mrs/Mr/Ms, immers ook zonder punt.
Persoonlijk vind ik dr. fijner. Denk er wel om dat het in Nederland alleen op doctor slaat en in België ook op dokter/arts kan slaan. Maar wat je ook hanteert, mag hanteren of moet hanteren, pas het consequent toe.
De Netflix Style Guide houdt het op dr. Met punt dus.
Let er wel op dat zo’n afgekort woord met een punt eraan nooit leidt tot een
extra punt aan het eind van de zin. Zoals je ook hierboven kunt zien.
Hij hechtte zeer aan z’n titel: dr.
De komma heeft hetzelfde effect. Bij jr. bijvoorbeeld:
Ongelooflijk, Hendrik Berkhout jr, je bent het echt.
Een oplettertje: In bijvoorbeeld Amerika wordt een tandarts ook wel doctor genoemd, als in medicus. Bij ons is een tandarts geen medicus en dus ook geen dokter/arts.
Het heeft op zich niets met ondertitelen te maken, maar je ziet het te vaak fout gaan. Denk erom dat we in Nederland veel scheidbaar samengestelde werkwoorden hebben. Ze worden steeds vaker los geschreven, en dat is toch echt fout (nog wel). Iedereen weet dat je opbellen aan elkaar schrijft en dat je het ook kan scheiden. Maar bij woorden als terechtkomen, kapotgaan, lastigvallen, zie ik het steeds vaker misgaan (en niet mis gaan).
Er is geen keiharde regel te vinden die waterdicht verklaart waarom het de ene keer wel en de andere niet aan elkaar geschreven wordt. Zie ook pianospelen en harp spelen, koffiedrinken en melk drinken. Een kwestie van alert
blijven, opzoeken en aanleren. En denk erom ‘lastig vallen’ wordt door al je programma’s niet fout gerekend, maar dat maakt het nog niet goed.
Omhoog/omlaag. Deze twee worden in veruit de meeste gevallen aan het
werkwoord vast geschreven. Al is er een handjevol uitzonderingen. Het vervelende is alleen dat je spellingscontrole alleen maar verwarring zaait.
Omhoogknallen wordt fout gerekend, maar is goed. Omhoog knallen wordt goed gerekend, maar is fout. Je mag ervan uitgaan dat als iets voor omhoog+ww geldt, dat het dan ook zo voor omlaag+ww geldt. Kijk bijvoorbeeld in de Van Dale. Maar denk erom: de Van Dale is niet uitputtend. Woordenlijst.org is wat dat betreft uitgebreider, maar dekt ook niet alles.
Ga geen kreten ondertitelen
Hé, yo, wow! Ook als ze in de template staan kan je ze beter niet vertalen of overnemen. Al kan je af en toe op een uitzondering stuiten: Hoera, er is er een jarig. Meestal is het volstrekt overbodig. Overweeg zelfs om dan de hele ondertitel te schrappen als die er vol mee staat. Mits toegestaan natuurlijk. Vermijd ook kreuntjes en steuntjes. ‘Eh, oeh, poeh, pfff, dat weet ik niet.’ Men hoort ze zelf wel.
Laat je niet verleiden pauzes visueel over te nemen als ze in de template staan of als iemand een ‘gaatje’ laat vallen in z’n tekst. ‘Eh… nou… dat weet ik eigenlijk niet.’ Of: ‘Ik hou van kaas… worst… pindakaas en…’ Volkomen overbodig. Ga
niet duiden wat niet geduid hoeft te worden. Je bent niet aan het ondertitelen voor slechthorenden. Dus gewoon komma’s zetten. Men hoort het zelf wel. Ik vind het altijd getuigen van rammelende vakkennis als ik zulke dingen zie. Blijf afwegen of iets in je ondertitel sowieso wel een functie heeft. Lezen kost immers tijd – ook leestekens vullen regels - en leidt af van waar het om gaat: het beeld, de handeling. Dat soort pauzes en geluidjes worden door de kijker echt wel opgepikt.
Ondertitel geen ‘achtergrondruis’
Moeizaam om te zien hoe weinig sommige collega’s van de essentie van ons
vak begrepen hebben als ze weer eens een ondertitel schijnbaar uit het niets neer
laten ploffen. Huh? Zei iemand dan iets?
Intermezzootje. Al is het alleen al om even dat mooie gekke woordje te kunnen gebruiken. Hoofdpersoon X loopt gehaast door een gang van het ziekenhuis, onbekend met hoe hoofdpersoon Y eraan toe is na die gruwelijke Tarantinoëske schietpartij in slowmo. Dan klinkt er opeens uit de intercom op: Nurse Ratched, please call doctor Nicholson asap. Geen van beide genoemde personen heeft ook maar ene mallemoer met het verhaal te maken, bovendien is het nauwelijks te horen. Maar toch wordt het ondertiteld. Fijn. Heb ik als kijker weer 2,3 seconde van m’n leven verknald.
Te vaak is dat soort overbodige ongein opgenomen in een template (of in een first). Helaas wordt het dan ook maar al te vaak meegenomen door de ‘ondertitelaar’. Zie je die aanhalingstekens? Die ben ik alleen bereid weg te halen als je inderdaad geconstateerd hebt dat zo’n ondertitel er niet in hoort, maar dat je gewoon geen gezeik wilt met een klant-op-afstand die niet al te veel van ons vak snapt en alleen maar constateert dat één van de talen daar een ondertitel weggelaten heeft.
Ben je gewoon een nog niet zo ervaren ondertitelaar en twijfel je of het er wel uit mag en krijg je van een onervaren contact bij je klant te horen dat je het er maar beter in kan laten, oké, then all is forgiven. Soms gaat het zo.
Maar als je zowaar zelf achter het stuur mag plaatsnemen, als kapitein van je ondertitelbootje, denk er dan om dat zoiets als zo’n oproep in een ziekenhuis er niet in opgenomen is om echt te worden verstaan of begrepen. Hij zit erin om de situatie wat cachet te geven, wat couleur locale. Dat geldt voor allerlei geluiden: oproepen op stations of vliegvelden, stemmen op radio of tv, flarden van gesprekken van mensen in de buurt. Natuurlijk moet je wel in de gaten houden of er toch niet iets relevants gezegd wordt. Het kan overigens wel gaan schuren als om de een of andere (duistere) reden de irrelevante informatie gepromoveerd wordt doordat de regisseur de overbrenger ervan vol in beeld neemt, dan moet je voegen naar die regiekeuze, dan ondertitel je het. Tenzij het (te) kort in beeld verschijnt. Ja ja, al die gekmakende uitzonderingen…
Vermijd’: ‘m, ‘n, ‘t, ‘s, ‘ns, ie, d’r. Gebruik gewoon: hem, een, het, eens, hij, haar. Tenzij het wat specifiek taalgebruik betreft een must is: ‘Pak ‘m beet 1500
stuks.’ Ook is ‘m voor een zaak soms verdedigbaar. Al hanteer ik het zelf liever niet. Mocht je echt problemen krijgen om tot een goede ondertitel te komen, vanwege het tijdstekort, smokkel dan een beetje. Ons vak is er een van uitzonderingen, zeg ik nog maar eens. Maar maak er geen troep van:
‘Zeg ‘t ‘m ‘s.’
Dat is uit echt den boze. Ook liever niet zo beginnen:
’n Tijdje geleden. Of: ’t Was stil op straat.
Het zijn allemaal geen doodzondes, maar ze belemmeren simpel het snel en
soepel lezen. Denk erom: jij ziet die ondertitel meerdere malen tijdens je werk,
jij kunt hem echt lezen. De kijker moet kijken en lezen tegelijk. Vermijd ook bijzondere tekens/karakters als je niet zeker weet dat de techniek ze aankan. Dan heb ik het niet alleen over de techniek voor je neus, maar ook de techniek verder in de productielijn.
Tik in de zoekbalk van Windows (links onderin) in: speciale tekens. Klik de app aan. Daar zie je hoeveel speciale tekens er zijn.
Mocht je iets moeten ondertitelen waarin bijvoorbeeld de nodige Kroatische namen voorkomen, vergewis je er dan van dat het systeem nergens op tilt slaat:
š đ č ć ž. Tricky.
Stijl/taalregister
Probeer mee te gaan met de aard van het visuele product. Dat betekent niet dat je platte taal moet gaan debiteren als iets zich in een achterbuurt afspeelt of dat je je van bekakte teksten moet gaan bedienen als het zich afspeelt op het landgoed
van de douairière. Het moet immers voor iedereen goed te volgen zijn en geen verbazing of onbegrip oproepen. Een vrijscène in een kostuumdrama zal een andere toon vragen dan een gangbang scene in een garagebox. Probeer onopgemerkt aan te haken en niet opvallend voorop te gaan. Think like a ninja!
Het wordt een ander verhaal als je voor een specifieke doelgroep ondertitelt, dan
kan je iets meer meegaan met ‘de verbale couleur locale’. Tja, daar heb je die uitzonderingen weer. Bij elk onderwerp steken ze kop op, maar op zich zijn ze logisch, als je de onderliggende gedachte snapt: je dient de kijker.
Zijn/z’n, mijn/m’n, je/jij, me/mij, we/wij, ze/zij
We gebruiken alleen mijn en zijn (en de hierboven varianten daarop) als we nadruk willen leggen. Dat is al tig jaar usance in het Nederlandse ondertitellandschap. Al moet ik toegeven dat het door de stagnatie van doorgifte van kennis – en de loze betweterigheid van de Netnixen – hier en daar aan het
verdwijnen is. Dat is jammer, want het is simpelweg een handig instrument: als we mijn en zijn ook gebruiken als er geen nadruk op ligt, dan moeten we met accenten gaan werken als we wel nadruk willen leggen: míjn, zíjn. En die kleine fliebeltjes erop zijn nauwelijks zichtbaar in ondertitels en verhogen de leesbaarheid bepaald niet.
Als ik op m’n fiets rijd, is het mijn manier van doen om met gekruiste
handen te fietsen. Mijn zus vindt dat gekkenwerk, zijn zus niet. M’n broer moet erom lachen.
Soms is het verdraaid lastig of je nou mijn of m’n moet gebruiken. Het
klinkt raar, maar hanteer bij twijfel je wijsvinger. Als je die bij het hardop voorlezen van je ondertitel kunt gebruiken, dan wordt het: mijn/zijn, Geneer je niet, niemand ziet je. Ik doe het ook weleens.
Let ook op de verschillen tussen wij/zij en we/ze en me/mij.
We wilden weggaan. Maar terwijl zij al weg mochten, moesten wij nog wachten.
Wij wilden weggaan, maar zij wilden dat niet. Maar daar trokken we ons niets van aan.
Mij/me.
X: Dit gaat me niks aan.
Y: Je moet bij hem zijn. Dit gaat mij niks aan, haar wel.
Let op, bij God houden we het op Zijn, we gaan nooit over op Z’n.
God wil dat Zijn wetten…
De uitroep Mijn God/god is versteend. Dat wordt nooit: m’n God/god.
Ten overvloede wellicht, maar toch even nog:
Waarom doe je zo lullig?
-Nee, waarom doe jij zo lullig?
Wie z’n fiets?
-Zijn fiets.
Dat heeft niet m’n voorkeur.
-Nee, maar wel mijn voorkeur.
Ik kan je gezicht niet meer zien.
-Nee, ik kan jouw gezicht niet meer zien.
Ze komen niet vanavond.
-Nee, dat is zo, maar zij wel.
Afbreken/verdelen
Probeer bij ondertitels van twee regels af te breken op woordgroepen en probeer
wat balans te houden qua lengte. Lidwoorden, voorzetsels en bezittelijke voornaamwoorden probeer je bij het zelfstandig naamwoord te houden, bijvoeglijke naamwoorden bij waarbij ze bijgevoegd zijn, telwoorden bij dat wat ze tellen, voornamen bij achternamen, etc. Gebruik je gezond verstand en je ziet vanzelf wat het beste bij elkaar kan blijven, als je wilt dat het soepel leest.
Probeer bij twee regels een evenwichtige verdeling aan te houden.
NIET:
Ik zei hem
dat hij dat echt niet zo had moeten doen.
WEL:
Ik zei hem dat hij dat
echt niet zo had moeten doen.
Wellicht kan je hier zelfs de tweede ‘dat’ meenemen naar de volgende regel.
Die zin bij NIET hierboven vermeld ik expres, omdat ik hem eigenlijk prachtig
vind. Maar ik weet dat er in meerdere ‘historische’ stijlgidsen staat dat je een beetje op gelijkmatige verdeling moet letten of op bovenste regel langer dan onderste. Soit. Ik heb er zelf niet echt heel dwingende gedachten bij.
Als je je afvraagt of je je meer moet voegen naar bij elkaar horende woorden/zinsdelen of naar ‘bovenste regel korter’ of naar ‘even lange regels boven en onder’ (duizel, duizel), dan neem ik je even mee naar de volgende ondertitel waar ik laatst mee te maken kreeg in een misdaadprogramma:
Voor ik door die voordeur ga, heb ik niets misdaan.
Te lang voor één regel, maar het liet zich prachtig zo verdelen:
Voor ik door die voordeur ga,
heb ik niets misdaan.
Niets meer aan doen. Prachtige ondertitel, ongeacht de specs. Tenzij je een extreme redacteur/qc’er treft, zal een ware professional dit laten staan. Ondanks de licht afwijkingen van ‘piramidevorm’ of ‘gelijke lengte’. Goede leesbaarheid gaat voor. Maak van de voordeur een zware voordeur en nog staat de ondertitel
als een huis. Staar je niet totaal blind op de specs. Je hebt SPECS/REGELS en je hebt specs/voorkeuren. De hardste regel van allemaal is dat het een soepel leesbare ondertitel moet zijn. Al het andere is daaraan onderhavig. Het belang ervan loopt van best belangrijk tot geneuzel op de vierkante millimeter. Na tig jaar ervaring kan ik het in ‘geheimtaal’ uitdrukken, elke ervaren ondertitelaar zal het begrijpen: een ondertitel die staat, staat.
Smokkeltip, niet verder vertellen. Als ik soms geen kant op kan - te weinig ondertiteltijd, te veel relevante inhoud - dan laat ik zo’n geval als dit weleens de komma weg tussen de hoofdzin en de bijzin. Formeel moet je persoonsvormen die bij elkaar staan scheiden met een komma, om de structuur van de zin tot z’n recht te laten komen en verwarring te voorkomen. Maar bij deze ondertitel is de overgang naar de volgende regel al een scheiding op zich. Haal ‘m maar weg in bovengenoemde ondertitel en zeg me dan maar eens dat het geen glasheldere hoofd- en bijzin zijn, geen glasheldere ondertitel. Maar ga die komma niet uit gemakzucht weglaten. Soms is ie hard nodig.
Heb je geen flauw idee waar ik het zojuist over heb gehad? Oké, geen punt. Eh, komma.
Probeer woordafbrekingen van de ene op de andere ondertitelregel te vermijden.
Het was onmogelijk vast te stellen of de vracht-
wagenchauffeur echt wel zo hard gereden had.
Het maakt lezen simpelweg lastiger.
Of de vrachtwagenchauffeur echt wel zo hard
gereden had, was onmogelijk vast te stellen.
Ik zeg het nog maar eens: een ondertitel moet zo makkelijk mogelijk te lezen zijn. En ja, dat is relatief. En nee, ik breek hier geen lans voor jip-en-janneketaal. Maar niet elke kijker is een bedreven lezer. En kijkers moeten nu eenmaal vaak min of meer tegelijk kijken en lezen.
Als het niet anders kan, mag je smokkelen en toch woorden afbreken. Maar nooit uit luiheid. Soms ontkom je bijna niet aan woordafbreking: telecommunicatiesatellieten. Tja.
Afbreken van ondertitels bij aarzelingen, plotse stiltes
Soms maken sprekers hun zin niet af, of stellen die even uit. Dat doen ze soms op rare momenten in hun zin. Wij houden ons niet strikt aan dat specifieke auditieve moment:
Ondertitel: Ik had echt niet gezien hoe…
Ondertitel: …hij dat voor elkaar kreeg.
Dat doen we dus niet. Ook niet als daar de aarzeling/pauze zit.
Wij breken af op goede leesbaarheid.
Ondertitel: Ik had echt niet gezien…
Ondertitel: …hoe hij dat voor elkaar kreeg.
Samentrekking op woordniveau
Ook een vorm van afbreken. Bijvoorbeeld een ondertitel met daarin:
De voor- en achterdeur zaten op slot.
Taalkundig niks mee mis, maar vraag je altijd af of het niet anders kan. Een ondertitel is maar kort in beeld (binnenkort nog maar zo’n 1,5 nanoseconde) en moet dan ook relatief soepel te lezen en te begrijpen zijn. En niet alleen door race-lezers, Netnixen! Want niet iedereen is daar even bedreven in. Het kan zijn dat je er niet aan ontkomt om zo af te breken, vanwege de tijd en ruimte die je hebt, maar er zal bijna altijd een manier zijn om het te vermijden:
De deuren voor en achter zaten op slot.
Zowel de deur voor als achter zat op slot.
Voor en achter zat de deur op slot.
Inpunten en uitpunten, continuering
Het liefst zou ik zo min mogelijk tekens/ruimte verspillen aan die continuering, aan die puntjes. Ook Alt-0133 kost me ruimte. Al is het tegenwoordig soms niet meer zo’n probleem, bijvoorbeeld bij 40 cpl en 17 cps. Alles past zowat!
Maar wat eenvormigheid zou al fijn zijn. Nou ja, dream on. Je voelt ‘m al
aankomen: check de specs. En hou er rekening mee dat je voor eindklant X niet bij elke ondertitelbedrijf dezelfde specs moet aanhouden. Blijkbaar laten sommige eindklant het (gedeeltelijk) aan het ondertitelbedrijf over en malen
blijkbaar niet om eenvormigheid. De ondertitelbedrijven implementeren dan de specs die zij prefereren. Ik heb wel op de ene dag met een setje specs een
NatGeo zitten doen en de volgende dag met een ander setje specs ook weer een NatGeo. Voor hetzelfde kanaal van dezelfde eindklant.
Dus daar gaan we weer: check de specs.
Let op dat je je niet mee laat zuigen door de template. Vaak staan er puntjes in die je niet mag laten staan volgens de specs waar je op dat moment mee werkt.
Of juist andersom. Templatemakers zijn notoir onbetrouwbaar. Omdat ze vaak maar ietsje van het vak verstaan en voor
een hongerloontje moet pezen. Maar vergeet ook niet dat niet in elk land dezelfde eisen gelden voor wat er in een template moet komen te staan.
Let ook op dat puntjes in de template (of in je first) soms helemaal niet nodig zijn. Het scheelt weer tijd en ruimte.
1a We wilden net gaan beginnen…
2a …toen Jaap binnen kwam stormen.
1b We wilden net gaan beginnen.
2b Toen kwam Jaap binnenstormen.
Zorg natuurlijk wel dat je een vloeiend verloop blijft houden en geen ‘staccatozinnen’ gaat maken. En ja, je wijkt soms iets af van het origineel, maar
dat is geen probleem, zolang het plusje groter is dan de minnetje.
Geen komma na beletselteken (puntjes) aan het eind van een ondertitel.
Na dubbele punt geen beletselteken, dan dus niet uitpunten.
Als iemand z’n/haar zin niet afmaakt of als die onderbroken wordt en je geeft dat aan door uit te punten, dan begin je toch gewoon met een hoofdletter als de tweede/andere spreker de zin afmaakt. Of het nou in één ondertitel met twee
regels weergeven wordt of in twee ondertitels van één regel. Er is wel sprake
van een soort continuïteit, maar dan wel door iemand anders:
Veel liever dan appelflappen eet ik…
-Oliebollen.
Als de tekst van X onderbroken wordt door Y, en X gaat daarna weer verder met z’n tekst, dan geven we die continuering aan door in te punten bij X.
X: Heb je laatst gezien…
Y: Wie wil er nog een biertje?
X: …hoe die wedstrijd uit de hand liep?
OF:
Heb je laatst gezien…
-Wie wil er nog een biertje?
…hoe die wedstrijd uit de hand liep?
Dit doen we ook als er bij de specs staat dat we normalerwijs niet inpunten. Dit is de gangbare afwijking daarvan.
Probeer onoverzichtelijk gefrutsel te vermijden, zoals hieronder.
Heb je laatst gezien…
Wie wil er nog een biertje?
-…hoe die wedstrijd uit de hand liep.
Dat streepje gevolgd door die puntjes: mwah. Liever alleen als het niet anders kan.
Als we midden in een betoog van een stem vallen dan punten we in. Ook als je standaard niet inpunt voor die klant. Ook dit is een gangbare afwijking op de regel. Zoals bijvoorbeeld bij iemand die een kamer binnenkomt terwijl daar net iets relevants gezegd wordt door een ander, van vlees en bloed of via apparatuur:
…but again, you can’t tell him this.
Zoals al eerder gezegd: ga geen (korte) aarzelingen midden in een zin uitbeelden
door middel van puntjes. De kijker hoort het zelf wel. We werken niet specifiek voor doven en slechthorenden.
Als iemand even aarzelt of hakkelt aan het begin, dan hoef je dat niet te tonen in een ondertitel. Je kan die tijd meepakken als extra ruimte voor de tekst erna, als
de aarzeling tenminste niet te lang duurt.
Je hoort: Eh… I rather not.
Ondertitel: Liever niet.
Het is vooral handig als er daarna nog een hele riedel tekst volgt. Gratis ruimte en tijd!
Als je dan toch per se iets wilt met die aarzeling: Nou, liever niet.
Maar alsjeblieft niet: Euh, liever niet.
Als je de ruimte hebt, kom je gewoon na de aarzeling met je in-tijd.
Mocht het een relevante aarzeling/verspreking zijn, dan laat je die natuurlijk wel zien: Nou, zij zei… Hij zei dat hij niet wilde.
Let op de spatie na de puntjes en de daaropvolgende hoofdletter. Omdat de eerste zin wordt afgebroken en er daarna een nieuwe begint.
Sommige ‘ondertitelscholen’ punten niet uit (aan het eind van een ondertitel dus), maar zetten een komma daarvoor in de plaats, als die daar taalkundig hoort. Ik wil het toch wel noemen, maar ik moet er diep van zuchten. Het riekt naar wat ik ‘redacteurenziekte’ noem. Met je neus er te dicht bovenop. En dan maar ‘verbeteren en regels bedenken’. Maar een komma is een teken wat een (korte) ‘pauze’ aangeeft of een taalkundige scheiding aanbrengt. Maar die pauze of die scheiding wordt vanzelf al aangebracht doordat de ene ondertitel in de andere overgaat. Flits eruit, flits erin. Dus die komma als scheidingsteken, tja… Maar goed, tis maar dat je het weet.
Er is een tijd geweest dat ik voor bepaalde klanten niet hoefde in te punten en niet hoefde uit te punten. Nee, ook geen komma zetten aan het eind, aangezien
die dus eigenlijk redundant is. Wat een weelde, wat een ruimtebesparing voor ons. En geen kijker raakte de draad kwijt. Want tja, een punt op het eind betekent einde ondertitel en helemaal niks op het eind betekent dat de boel nog doorloopt. Doodsimpel. Ik weet eerlijk gezegd niet of dat nog veel gedaan
wordt. Van mij mag het volop terugkomen. Het biedt ons als ondertitelaars gewoon de meeste werkruimte.
Tijdnotering
Pas op, dat doet men in het Engels – meestal de taal van de template – anders dan dat wij dat doen. Zij schrijven 13:10, wij schrijven 13.10. Vervang de dubbele punt door een punt.
Tip: Three p.m.
Dat kan je vertalen als: drie uur ’s middags. Maar ook als: 15.00 uur. Dat scheelt
weer een hoop ruimte. Natuurlijk alleen doen als een dusdanige tijdsaanduiding
in de context en de setting past.
Liever niet doen dus:
Mam, ik ben pas laat thuis, hoor.
Kind, als het maar voor 23.12 uur is.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de situatie duidelijk maakt in welk dagdeel we ons bevinden. Als het daglicht zichtbaar is, dan hoef je natuurlijk niet moeilijk te gaan doen bij:
It’s now four p.m.
Het is nu vier uur.
Tenzij heel specifieke context het vereist.
Let op: ondertitelaars zijn berucht om hun foutjes met betrekking tot getallen, data, tijden, etc. Het is raadselachtig maar waar. Ik ga zelf ook nog regelmatig
de mist in. Vandaag weer ‘mei 2020’ getikt, terwijl er toch echt ‘mei 2021’ gezegd werd. Gelukkig gaat er bij mij bij nu in dat soort gevallen een belletje rinkelen. En nee, het is niet de leeftijd. Hoop ik. Zorg dat je zo’n belletje krijgt. Lang voor je mijn huidige leeftijd bereikt.
Afgekorte namen
Daar heb je J.R. Youwing.
Hé, kom eens, JR.
Ga jij JR eens halen.
Als initialen tot een naam verworden zijn, dan laten we de puntjes weg als ze zo aangesproken worden of als er zo over ze gesproken wordt. In samenhang met de achternaam wel weer met puntjes. Of in dit soort gevallen natuurlijk:
What are your initials?
-J.R.
Vraagzinnen
Pas hier goed mee op, ik zie het steeds vaker fout gaan.
Vroeger kon je meestal aan de plek van het onderwerp t.o.v. van het gezegde bepalen of iets een vraagzin was of niet.
Heeft hij geen zin?
-Hij heeft geen zin.
Maar tegenwoordig zie je steeds vaker zulke dingen:
Hij heeft geen zin?
-Hij heeft geen zin.
De toon van de eerste zin van de twee hierboven moet dan verduidelijken dat het
een vraagzin betreft. Aangezien je die toon in geschreven zinnen niet hoort,
wordt er bijvoorbeeld in het Spaans een omgekeerd vraagteken aan het begin gezet. Maar wij doen dat dus niet. Dus als de intonatie niet al te duidelijk is dan merk je pas aan het eind, middels het vraagteken, dat het een vraagzin betreft.
Daar moet je dus mee oppassen. Zeker bij langere zinnen, over meerdere ondertitels. Let maar eens op hoe vaak het nu ook al in het Engels gedaan wordt: stellende zinnen die met vragende klank uitgesproken worden. Wat mij betreft blijf je er in ondertitels beter verre van. Gewoon de plek van het onderwerp ten opzichte van het gezegde goed in de gaten houden.
He hasn’t brought his toothbrush?
Heeft hij z’n tandenborstel niet meegenomen?
Let goed op of de zin echt de aard van een vraagzin heeft. De volgende zinnen zijn dus geen vraagzinnen:
Het is maar de vraag of hij komt.
Ik vraag me af of dat waar is.
Wie het gedaan heeft, dat is afwachten. (Ondanks begin met vragend vnw)
Als er echt een antwoord wordt verwacht, dan is het een vraagzin. Dat is dan ook niet het geval in de drie zinnen hierboven.
Let op: Zou het kunnen dat…
Na uitpunten geen vraagteken toevoegen. Ook geen vraagteken voor drie puntjes.
Retorische vragen, wel of geen vraagteken
Tricky. Hier is niet iedereen het over eens. Dit zijn natuurlijk taaltechnisch gezien vraagzinnen:
Wie zal het zeggen?
Wat kan mij dat verdommen?
Ze beginnen met een vraagwoord. Maar inhoudelijk zijn het natuurlijk geen
vraagzinnen, want niemand verwacht er een antwoord op. Een kenmerk van een vraagzin.
Sommige mensen zetten dan toch consequent een vraagteken, andere niet. Wat ik vooral van belang vind, is dat je snapt wat je aan het doen bent. Vervolgens is het aan jou en aan de eindredactie (zo die nog bestaat) om te bepalen welke koers je vaart.
Hij gedroeg zich zo idioot. Ik riep: Ben je gek geworden?
Kind: Maar, pap, moet ik dan alle troep opruimen?
Goeiige vader: Welnee, joh, ben je gek geworden.
Soms biedt ook de intonatie soelaas. Wordt er echt een antwoord verwacht?
Zo ja, dan zet je een vraagteken. Anders niet. Maar bereid je erop voor: hoe
langer je naar sommige twijfelgevallen staart, hoe meer je gaat twijfelen.
Tja, beroepsdeformatie.
Aanhalingstekens.
We gebruiken slechts enkelvoudige aanhalingstekens. Ook in constructies als: maanlander piloot Edwin ‘Buzz’ Aldrin.
Wees niet te scheutig met aanhalingstekens. Die dingen maken alles vaak erg rommelig. Maar soms zijn ze bij bepaalde klanten vereist, bijvoorbeeld bij namen van songs. Dus als je dan op One of These Nights van de Eagles stuit, dan moet je dat tussen aanhalingstekens zetten, want het is een song. Of wordt het album bedoeld? Dat heet ook zo. Dan moet het dus cursief. Of moet het dan allebei? Huh? Bedankt betweterige klant die altijd zo bruikbaar meedenkt over ons vak. Ik vind dat dus echt netnix.
Het zou theoretisch kunnen voorkomen dat je zowel enkele als dubbele aanhalingstekens moet gebruiken, voor een citaat binnen een citaat, maar
dat moet je binnen een ondertitel echt vermijden. Dan moet je gaan puzzelen en omvormen.
(De volgorde tussen de enkele en dubbele aanhalingstekens is facultatief)
De koning zei: ‘Ik herinner me dat iemand “Leve de republiek” riep bij m’n kroning.’
Of nog erger: De koning zei: ‘Ik herinner me dat iemand tijdens m’n kroning riep: “Leve de republiek.”’
Niet doen dus. Er zijn mogelijkheden te over om dat op te lossen.
De koning zei: Ik herinner me dat iemand tijdens m’n kroning ‘Leve de republiek’ riep. Dat is duidelijk genoeg.
Of met indirecte rede: De koning zei dat hij zich herinnerde dat iemand ‘Leve de republiek’ riep…
Te vaak zie ik ondertitels met heel veel ‘hij zei/zij zei’ in directe rede erin. Soms ontkom je er niet aan, dat is waar. Maar als het vaak voorkomt, blijf ik het een troep vinden. Het lijkt voor mijn gevoel dan erg op: en toen, en toen, en toen.
Ik denk dat de rommeligheid ook nog eens versterkt wordt doordat men er vaak aanhalingstekens bij gebruikt.
Ze zei: ‘Ik wil weg.’ Ik zei: ‘Dat dacht ik al.’
Toen zei hij: ’Nou, ga dan.’
Dat kan ook zo:
Ze zei dat ze weg wilde. Ik zei dat
ik dat al dacht. Hij zei: Nou, ga dan.
Dat leest veel rustiger, zeker in een ultrakorte ondertitel.
Als je toch naar directe rede gaat/moet grijpen, gebruik dan niet onnodig aanhalingstekens.
Spreker A - Ze riep tegen me: Ik kom niet.
Spreker B - Dat is jammer.
Daar zal zonder aanhalingstekens geen verwarring over ontstaan.
Maar dit geeft wel een duidelijk verschil.
Hij zei tegen me: ‘Ik ben voor Ajax.’
Maar ik vind Feyenoord ook top, hoor.
Of:
Hij zei tegen me: ‘Ik ben voor Ajax.
Maar ik vind Feyenoord ook top, hoor.’
Dus als er geen misverstand kan ontstaan met de opvolgende tekst, dan laat je gewoon de aanhalingstekens weg.
Bevat de tekst die aangehaald wordt een hele zin, dan komt het sluitende aanhalingsteken na de punt. Worden slechts een paar woorden aangehaald, dan
komt het sluitende aanhalingsteken voor de punt.
Hij fluisterde: ‘Ik zal je eeuwig trouw blijven.’
Hij fluisterde iets van ‘eeuwige trouw’.
Moet je aanhalingstekens gebruiken bij een tekst die over meerdere ondertitels doorloopt, gebruik dan alleen bij de eerste ondertitel een aanhalingsteken en dan
pas bij de laatste ook weer. Een uitzondering hierop is als er een wat langere pauze tussen twee tekstblokjes in zit.
Dus: aanhalingstekens openen, vier ondertitels, afsluiten met aanhalingsteken. Significante pauze. Aanhalingstekens openen, vijf ondertitels, afsluiten met aanhalingsteken.
Hou je in en zet geen aanhalingstekens – of verwijder ze uit de template – als iemand overduidelijk citeert. Bijvoorbeeld, iemand die naar een affiche kijkt en begint voor te lezen, of iemand die een brief ter hand neemt en begint voor te lezen. Hetzelfde geldt als iemand voor zich uit staart en er dan overduidelijk een gedachtestem opklinkt. Geen aanhalingstekens nodig. Let wel weer op de continuïteit. Kan er verwarring ontstaan aan het eind van het citaat, met de opvolgende ondertitel, als je geen aanhalingstekens gebruikt?
Is het een doodzonde als je dan toch aanhalingstekens zet? Uiteraard niet. Maar ze achterwege laten, scheelt karakters, het oog strakker en het maakt je los van je rol als ondertitelschaap. Amandla!
Ook als je de specs volgt, moet je blijven nadenken. Meet jezelf een kritische houding aan, ook ten aanzien van wat je hier leest. Nee, ik doel niet op die quasi kritische, maar inhoudelijk stupide houding die op de sociale media veel te vaak lijkt te prevaleren – triggerhappy holle hoofden galmen het luidst – maar wees doorvorsend kritisch. Hupsakee, meteen weer de kans gegrepen om er een paar
lekkere woordjes tussen te frommelen.
Ter afsluiting en ter leering ende vermaeck, variaties op een thema:
Ik zei: ‘Dat wil ik niet.’
Ik zei: Dat wil ik niet.
Ik zei dat ik dat niet wil/wilde. *
Dat wil ik niet, zei ik.
*consecutio temporum, daar kom ik nog op terug
Cursief
That’s why there are rules. So that you think before you break them.
Het cursiveren van woorden, zinnen, hele ondertitels, we doen het om… om…
Ja, waarom eigenlijk?
Allereerst: daar gaan we weer: check de specs van je opdrachtgever. Zeker bij nieuwe uitzendklanten zijn de specs soms net dagkoersen. Geloof me, ik heb m’n vingers eraan gebrand: aan het begin van een tweedaagse klus andere specs dan aan het eind. Of je het dan nog maar even wilt veranderen. Het was helaas geen uitzondering.
In m’n lange carrière heb ik echt achterlijk veel varianten voor cursivering voorbij zien komen. Je kan het zo gek niet bedenken of ik heb het wel moeten cursiveren. Nou ja… Los van de dingen die we volgens veel huidige eindklanten en ondertitelbedrijven momenteel moeten cursiveren (namen van
albums, films, boeken, buitenlandse woorden, songteksten, etc) ook namen van kranten, van schepen, van tijdschriften (de Donald Duck!) en van kunstwerken. Dingen die we nu meestal niet meer hoeven te cursiveren. En iedere keer moest (en moet) je het weer nagaan: hoe zat het bij deze klus/klant ook alweer? Moest je dat nou juist wel of niet cursiveren?
Volgens Netflix, om maar eens een marktpartijtje te noemen, moet het bijvoorbeeld zo: de song ‘Hotel California’ staat op het album Hotel California.
Ja, de scherpe geest heeft wellicht al ontdekt dat ik iets met de Eagles heb. Maar op je zestiende met je zuurverdiende centen en met trillende handjes de nieuwste lp (sic!) van de Eagles kopen, dat krijg je er nooit meer uit. Overigens was het vroeger vrij normaal om je album te vernoemen naar een song. Juist, de titelsong.
Oké, maar wie vindt er nou eigenlijk dat je zoiets echt moet cursiveren? Hotel California is nog steeds superbekend, als nummer en als album. Je kan geen top
heelboelveel aan het einde van het jaar horen of het nummer staat in de top tien. Dus waarom kan er in een ondertitel niet gewoon staan: (de song) Hotel California staat op het album Hotel California? Ja, zo geformuleerd is het is wel ietsje langer, maar even los van die discussie: Wie begrijpt dat niet?
Nou, de makers van regeltjes dus. En dat cursiveren van Hotel California moet
je dan ook de hele aflevering/film/docu blijven doen. Net als aanhalingstekens
zetten bij de songtitel. Diepe zucht. ‘Diepe zucht’, als ik er een song over schrijf. Diepe zucht als ik m’n album ernaar vernoem.
Ook bij dit regeltje zien we het weer: een overblijfsel uit voorbije tijden. Maar we leven tegenwoordig in een land dat (verregaand) geïnternationaliseerd is.
Vroeger had het wellicht nut om al die ‘vreemde’ begrippen te voorzien van een opvallend jasje - oei, een eng woord - maar nu toch echt in verreweg de meeste gevallen niet meer. Ik zou dan ook het liefst zien dat we alleen cursiveren als cursiveren een nut heeft. Is het echt iets onbekends, is het iets langs en vreemds in een andere taal, vormt het een hobbeltje in de ondertitel? Alleen dan cursiveren. Dat houdt dan eigenlijk per definitie in dat alles wat ingeleid wordt – het boek X, de film Y, het popalbum Z – meestal geen cursivering behoeft. Misschien moeten we alleen datgene gaan cursiveren waarvan we denken dat de kijker er wellicht door verrast kan worden: huh? Is de huh-waarde hoog? Alleen dan cursiveren.
Of zouden er nou werkelijk kijkers zijn die de volgende beleving hebben bij deze twee ondertitels?
Ik zag laatst in La Dernière Heure…
(Aha, da’s die film uit 1912, want het staat cursief!)
Ik zag laatst in La Dernière Heure…
(Aha, da’s die krant en niet die film, want het staat niet cursief!)
En dan heb ik het nog niet eens over de compleet idiote regels om stemmen off-screen te cursiveren, stemmen op de radio, op de tv, via de intercom. Ja, het kan
best zijn dat het ergens al heel lang regel is om het zo te doen, maar moet je dan maar stoppen met nadenken?
Even een mop tussendoor als uitlaatklep, anders zit ik me maar op te vreten: Komt een hoofdrolspeler sluipend een kamer in met een pistool, op zoek naar z’n erfvijand. De tv staat aan, op een kookprogramma. Maar er is niemand in de kamer te zien. Hij sluipt door. De spanning loopt op, er dreigt een confrontatie. Als dan opeens: Voeg dan nu de 50 gram boter toe. Nauwelijks verstaanbaar,
totaal irrelevant, maar gelukkig wel volgens de template ondertiteld en volgens de specs gecursiveerd. Jippie.
Zoals ik al zei zouden we alleen moeten cursiveren bij een echt vreemde eend in de bijt, bij die hoge huh-waarde. Maar dan moet je als ondertitelaar dus wel aan het wegen slaan. O jee. Maar die weging doen we op zich dus al. Bij veel specs lees je zoiets als: cursiveer buitenlandse woorden, voor zover onbekend. Dus je moet al beoordelen of je hasta la vista wel cursiveert, maar adios niet. Die
weging zou je gewoon door kunnen trekken naar alle cursivering. Maar ja, pfoeh, dan zouden de Netnixen de ondertitelaar wel erg veel beslissingsbevoegdheid moeten geven, godbetert. Dan liever maar een heel pakket regeltjes, toch?
Wat ik ook weleens doe – niet verder vertellen – is een onbekend buitenlands
woord/begrip de eerste keer introduceren in cursief, om het daarna normaal weer
te geven. Men kijkt er dan immers niet meer vreemd van op. Maar ja, of alle redacteuren die toch o zo logische flexibiliteit kunnen waarderen? Of alle eindklanten die toch o zo logische flexibiliteit kunnen opbrengen als uit hun technische vergelijking blijkt dat jij als enige van hun talenpool een pietsie buiten hun lijntjes gekleurd hebt?
Dus om te eindigen met het aloude liedje: check de specs en vraag je niet af waarom er nog geen vaccinatie bedacht is tegen betuttelende en betweterige redacteurenziekte/eindklantenziekte.
Klanten bij wie je om technische redenen niets mag cursiveren? Ja, die zijn er. Wow, I have died and gone to Valhalla! Oh, moet je dan wel weer van alles tussen aanhalingstekens zetten? Ach, hebben ze daar een lijstje voor? Staan daar min of meer dezelfde dingen op als op het cursieflijstje? Somebody up there hates my subtitling guts.
Puntje van aandacht: Pas op met leestekens tegen gecursiveerde tekst aan.
Hou je van Once Upon a Time in the West?
Om botsing tussen schuin en recht te voorkomen, neem je het leesteken mee in de cursivering: Hou je van Once Upon a Time in the West?
Zoek het verschil.
Dubbele punt
Een ondergewaardeerd leesteken. Ik mag het graag gebruiken.
Alleen een hoofdletter na een dubbele punt als er directe rede volgt, met of zonder aanhalingstekens.
Hij zei: Dat flik je me niet.
Maar ook als het de verwoording van een gedachte, een overpeinzing, betreft.
Hij dacht: Dat flik je me niet.
Bij opsommingen en gevolgtrekkingen en zo dus geen hoofdletter.
We hebben schrijfgerei nodig: pennen, potloden, papier.
Maar ook bij dit onderwerp is er sprake van een schoolstrijdje.
Er is een ‘school’ die zegt dat je bij een volledige zin of een elliptische zin een
hoofdletter moet plaatsen. Anders niet. Maar soms is het niet altijd duidelijk of het wel een hele zin betreft. Bovendien botst dat hiermee.
Hij riep keihard: Shit. Daar laten we de aanhalingstekens weg, maar ze staan er
natuurlijk onzichtbaar wel. Het is directe rede. Ik vind het dan vreemd om te schrijven: Hij riep keihard: shit. Want geen volledige of elliptische zin.
Hetzelfde hierbij:
Hij dacht: mooi, zeg.
Hij dacht: Dat is mooi, zeg.
Geen vermomde directe rede, wel weer dat rare verschil.
Officieel schrijven we overigens nooit een hoofdletter na gedachten of
overpeinzingen. Hij dacht: dat ga ik mooi niet doen.
Maar dit gaat over ondertiteling. Pfff, ben je er nog?
Persoonlijk hou ik het graag bij de als eerste genoemde ‘school’.
Hoofdletter na dubbele punt als er sprake is van directe rede, gekortwiekte (aanhalingstekens weggelaten) directe rede of verwoorde gedachten die je als een directe rede zou kunnen horen.
Maar wat je ook doet of moet doen, doe het consequent. Probeer de logica erachter te snappen. En denk erom, voor de kijkers is het verschil mierenneukerij. Geen gewone kijker of gewone klant die het verschil opvalt. Als redacteur kijk ik in dit soort gevallen vooral naar of je het consequent toepast.
Tip om ruimte te besparen met een dubbele punt, in bijvoorbeeld dit soort zinnen.
My mother has met a man, his name is John.
M’n moeder heeft een man ontmoet: John.
Als je daar een komma voor John zet dan kan John ook de aangesprokene zijn. Bij een dubbele punt niet. Bovendien bespaart het ruimte.
Let op: na een dubbele punt op het eind van een ondertitel begin je de volgende ondertitel met een hoofdletter. Dat vindt niet elke redactie, het heeft wel mijn voorkeur. Maar er is een ‘dubbelepuntschool’ die dat anders ziet. Die vinden dat je de gewone regel moet blijven volgen ook als de tekst verdergaat in een nieuwe ondertitel.
Zucht, soms vraag je je af: Waar gaat dit over? Nou, over tig jaren tijd vroeger waarin de grote ondertitelbedrijven nog in Nederland zelf zaten en elkaar vooral
de loef af probeerden te steken, met van alles, en dus ook met ‘veel betere specs’ dan de ander. Maar ja, zo weet je in ieder geval wat er te koop is.
Mochten er geen opgelegde specs voor gelden, kies dan voor jezelf wat het meest logisch aanvoelt. Hou dat constant aan.
Afstanden, maten, gewichten, etc
Kilometer mag je gewoon als km schrijven, zonder puntje.
We wonen 25 km verderop.
Natuurlijk niet zo: We wonen km’s verderop.
Verzin dan iets als: We wonen een stuk verderop.
Vierkante km: km2. Ga niet op zoek naar dat gelifte tweetje na km. Ja, dat is correcter, maar de kans dat het technisch gezien een zootje wordt, is niet
denkbeeldig. Niet alle systemen kunnen elk teken aan. Het is trouwens:
Alt-0178. Probeer maar. Alleen niet zo inleveren voor je werk.
Centimeter
mag je gewoon zo opnemen: 23 cm.
Ounces/troy ounces
Hou in de gaten dat ze verschillen. Voor meer:
Pounds
Trap er niet in: het zijn geen ponden.
Ezelsbruggetje: pounds zijn ongeveer hetzelfde als onze ponden min tien procent. Dus 8 pounds is (8 x 500) – 10 procent = 3600 gram.
Dit gebruik je natuurlijk alleen bij grove berekeningen. En als je nog kan hoofdrekenen! 😊
Let op: er bestaat ook zoiets als een troy pound. Vergelijk ounce en troy ounce.
Feet
Ga alleen voor de vertaling voet als dat in de setting past. Bijvoorbeeld
(historische) zeevaart of luchtvaart.
Ook hier is een ezelsbruggetje voor, als het gaat om snel en om ongeveer:
maal drie en dan de komma één plek naar links.
Dus 900 feet is 3 x 900 = 2700. Komma plaatsje naar links: 270 meter.
Als het precies moet, gebruik dan een omrekensite of -programma:
274 meter.
How far?
-A couple of hundred feet.
-Enkele tientallen meters.
How far?
-A couple of hundred yards
-Enkele honderden meters
Een zeemijl (1852 meter) is geen mijl (1609 meter).
Een knoop is 1 zeemijl per uur.
Hou goed in de gaten of het van belang is dat het exact omgerekend wordt, of dat het een schatting is.
How far were you behind?
-Some 300 feet
-Zo’n 100 meter/Krap 100 meter.
Maar:
How long was your record-breaking fish?
-27 inches.
-Negenenzestig cm.
Ton/tonne
In het Engels (de taal van de meeste programma’s en bijna alle templates) krijgen we weleens te maken met long ton, short ton en tonne/metric ton.
Allemaal in de spreektaal ton genoemd.
Long ton: 1016 kg. VK en Gemenebest
Short ton: 907 kg. In de VS is dit het gangbare gewicht voor een ton.
Tonne/metric ton: 1000 kg. Voor hen die de logica aanhangen. 😊
Op zich lijken deze verschillen best wel gesneden koek. Alleen is dat niet zo. Je kan bijvoorbeeld een ‘Europese’ docu in het Engels treffen die over een onderwerp in de VS gaat. Als die oorspronkelijk voor de Amerikaanse
markt bedoeld is, dan zullen ze vast short tons hanteren. Als hij bijvoorbeeld voor de Europese of Australische markt bedoeld is, dan hanteren ze geheid metrische tonnen. Als de docu gesitueerd is in de VS en er komen ‘inboorlingen’ aan het woord, dan weet je zeker dat het om short tons gaat. (Tenzij er zo’n napratende, vertaalde voice-over overheen zit).
Kan je er niet achter komen om wat voor soort ton/tonne het gaat, let dan op of ze ergens vergelijkingsmateriaal bieden. Als het om een legertank of een dino gaat, dan kan je meestal vrij aardig nagaan om welk soort ton/tonne het gaat, door even op internet te zoek wat het normale gewicht is. Soms kan je het opmaken uit het feit dat ze bijvoorbeeld in de rest van het programma over kilometers/kilogrammen/Celsius praten, of juist miles/pounds/Fahrenheit. Geen waterdichte methode overigens, omdat er in sommige landen mengelmoesjes bestaan (like in the sinking bathtub that once ruled the waves), maar het is beter
dan niks.
Vaar niet blind op het script, de template of de inserts. Het is triest om te moeten
concluderen maar soms rammelen die waardes aan alle kanten. Ja, zelfs als ze
van de makers zelf afkomen. Ik heb meerdere malen naar m’n beeld zitten staren en me afgevraagd wat ik er in jezusnaam mee moest. Dan stond er iets in beeld of er werd iets gezegd wat apert onjuist was. Over het gewicht of over een andere waarde. Moet je dan het origineel volgen of pas je het aan?
In 2022 Japan had the second largest economy in the world.
Tja, veel geluk ermee. Je naam staat er wel onder. Ik heb wat m’n vak aangaat overal wel een mening over – het zal je verbazen – maar hier ga ik geen uitsluitsel over geven. Eerlijk gezegd valt voor beide kampen wel iets te zeggen.
Gewoon ‘blind’ doorrekenen – hey, they said it themselves - of aanpassen omdat je het – terecht – beter weet. Of een Ruttensiaans geitenpaadje: Zet er sowieso een pseudoniem onder. Jouw naam is haas.
Even terug naar de tonnen: valt er nou echt niet te bepalen om wat voor tonmaat het gaat, hanteer dan metrische tonnen. Vertaal zoiets als 1 ton alleen met
907 kg als je het zeker weet.
Getallen
Tot en met 9999 zetten we geen punt. Vanaf 10.000 dus wel.
Getallen tot en met tien schrijven voluit, daarboven werken we met cijfers. Maar hou de specs van je klant in de gaten. Sommige willen dat je alles voluit schrijft tot en met twaalf. Ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom. Het heeft wellicht iets te maken met de lengte van de telwoorden. Pas na twaalf worden het langere woorden. Maar zelf hou ik net als Netflix tien aan als grens.
Begin een ondertitel liever niet met een getal. Maar soms word je gedwongen door de veel te lange woordlengte: 33.467 schapen over de dam. Soms kom je tijd tekort als je het voluit schrijft, wijk dan van de regel af. Het is geen wet van Meden en Perzen.
Soms kan je het omzeilen en zo naar je hand zetten.
Zeventien mensen liepen weg.
Zeventigduizend vogels op één strand.
Dat kan ook zo:
Er liepen 17 mensen weg.
Wel 70.000 vogels op één strand.
Scheelt weer wat tekens. Het lijkt weinig, maar geloof me, in ondertitels word je maar al te vaak gered door één of twee lettertjes minder.
Probeer binnen een ondertitel eenvormigheid aan te houden.
Of je er nou drie, zeven, of veertien kiest, het maakt me niet uit.
Of je het nou over 5, 50 of 500 hebt, het maakt me niet uit.
Pas hier wel mee op. Bij sommige klanten zullen ze je ‘heel calvinistisch’ terugfluiten en naar de ‘strikte regel’ wijzen. Dus tot en met tien (of twaalf)
voluit, erboven in cijfers. En ja, de opperregel blijft nu eenmaal: de klant heeft altijd gelijk. Meeeeh, zegt het ondertitelschaap.
Mag je zelf kiezen, dan zou ik voor eenvormigheid gaan. Wel zo mooi.
Zeven mussen, tien vinken en dertig merels…
Of:
8 rupsen, 388 bijen en 1539 mieren…
Ja, ik weet het, ik zei het net al: bij sommige opdrachtgevers mag je niet met een cijfer beginnen, behalve in geval van nood. Maar als je zelf mag kiezen, denk er dan om dat het om het soepel en duidelijk overbrengen van informatie gaat, niet over het gehoorzamen van regeltjesbedenkers. En dat een kijker zou struikelen over 8 rupsen aan het begin van een ondertitel… Tja.
Denk erom: getallen die we in een bepaald verband altijd als cijfers weergegeven zien, gaan we niet opeens anders schrijven:
Op 4 oktober 1997…
Ajax – Napoli: 1–6.
Opvallend vaak gezien de laatste tijd, dingen als: 30duizend. Niet doen.
Het is dertigduizend en 30.000, maar toch echt 30 duizend.
Rangtelwoorden: we gaan voor 1e, 4e, 37e. We gaan dus niet voor 1e, 8ste of dat soort dingen. Niet alle systemen kunnen dat aan, bovendien verhoogt het de
leesbaarheid bepaald niet in een ondertitel. Ook hierbij geldt de voorkeur: rangtelwoorden tot en met tien uitschrijven, daarna laat je het e’tje aanrukken.
We schrijven liever 44e dan 44ste en 2e liever dan 2de simpelweg omdat het prima leest en ons ruimte scheelt.
Afronden
Where do you live?
-Sixty miles down the road.
Waar woon je?
-Zesennegentig km verderop.
Tja, dat doen we natuurlijk niet.
-Zo’n 100 km verderop.
Ik gebruik in zulke gevallen altijd het woord: zo’n. Heel stijle redacteuren vinden dat je dan eigenlijk moet spreken van ‘bijna’. Als het 104 km is, dan spreek je van ‘ruim’. Zo’n stijle ben ik nou ook weer niet. Maar tis maar dat je het weet.
Voor wel of niet afronden - en in hoeverre - is de setting eigenlijk allesbepalend. Bij koorts rond je niet op hele getallen af, maar op één
cijfer achter de komma. Bij opmerkingen uit de losse pols, rond je ruimhartig af. Bij grote afstanden kan je soms prima ruim afronden.
Het is me de wereldreis wel: 33.000 km (eigenlijk 33.400 km)
Maar speelt het zich bij de NASA af en gaat het over de exacte zwaartekrachtwerking op een sonde: 33.400 km.
Gewoon logisch nadenken.
Stomdronken Pete staat in de berm te wateren en roept triomfantelijk:
I am raining down on ants six feet away from me.
Ik beregen mieren zowat twee meter van me af.
Of:
Ik beregen mieren 1,83 cm van me af.
Do the math. O nee, juist niet.
Liedjes/songs
Ooit ondertitelden we alleen liedjes als ze relevant waren voor het verhaal/verloop/situatie. Die relevantie kon natuurlijk wat verschuiven als het een product voor kinderen betrof in plaat van volwassenen. In principe is dat nog steeds de regel, maar tegenwoordig lijkt het toch vooral te maken te hebben met rechten (uiteraard), met de stand van de pet van de opdrachtgever of de knikkende knieën van het (ondertitel)tussenbedrijf. Vaak wordt het zekere voor onzekere genomen en wordt er dus maar ondertiteld. Voor weglaten/weghalen moet je goed weten wat je doet en sterk in je schoenen staan.
Dat is in potentie een proactieve fout. En daar zijn veel mensen – vooral als ze hun vak niet zo goed beheersen – als de dood voor. Dan maar liever een potentiële fout waarvoor je een ander – de templatemaker bijvoorbeeld - de schuld van kan geven. Maar eigenlijk wel een inactieve fout.
Bovendien gaat het nogal opvallen als jij als enige van de internationale vertalerspool een liedje weggelaten/weggehaald hebt. Maar goed, ik blijf het zeggen, leer jezelf professionele logica aan. Daar ga je je hele carrière baat bij hebben. Ook als je soms verplicht bent een mal paadje te bewandelen.
Soms wordt er van je gevraagd de ondertiteling van liedjes cursief zetten, soms is dat niet nodig. Yep, check de specs van je klant, je hebt gelijk. Maar objectief gezien is hier eigenlijk geen regel voor. Want de kijker is niet idioot en hoort heus wel of het een liedje is, of het nou cursief staat of niet. Dus als de specs het toestaan, is de keus aan jou.
Als ik dan toch in dit verband een veel toegepast regelsetje mag aanvoeren:
geen aanvangshoofdletters (behoudens eigennamen natuurlijk) en ook zo min mogelijk interpunctie, tenzij die taalkundig noodzakelijk is. Aan het eind gebruiken we alleen een vraagteken, indien vereist. Geen punt, puntjes, uitroepteken of wat dan ook.
Houdt dat dan in dat de kijker het spoor bijster zou raken als we een liedje/song
net zo zouden ondertitelen als reguliere tekst? Daarop luidt m’n antwoord (zie ook hierboven): Leer jezelf professionele logica aan. Je doet het werk voor de kijker en je voegt je naar de klant. Dus die vraag moet je in de loop der tijd maar zelf gaan beantwoorden. Het lijkt me helder.
Als je voor de grote (internationale) ondertitelbedrijven gaat werken, dan zal je met enige regelmaat stuiten op templates met daarin getimede songteksten. Dat
zegt op zich niks over relevantie of rechten. Ik roerde het hierboven al even aan. Die templates worden door ondertitelbedrijven of eindklanten vaak betrokken bij templateplantages waar gedrogeerde mensen in zombieachtige toestand gedwongen worden tegen zeer lage lonen…
Ach, misschien toch iets te veel films ondertiteld…
Enniewee, ga er maar van uit dat de templates die je voor je neus krijgt niet gemaakt zijn door mensen die de relevantie van een song gewogen hebben. Het is doorbeuken geblazen voor die mensen. Ik vermoed dat ze soms zelf puur op het geluid lege templates vol zitten te kwakken of scripts zitten neer te pennen.
Want al te vaak heb ik fout geschreven namen (Jansen) zien verschijnen in template of script terwijl er pontificaal iets anders in beeld verscheen (Janssen).
Ja ja, Kuifje en de Eagles, ik geef het toe.
Afijn, je zou bijvoorbeeld zomaar kunnen stuiten op een romcom waar de regisseur een mierzoete love song met een infantiele tekst onder gezet heeft.
En ja hoor, de tekst staat zowaar in de template. Puur vaktechnisch zul je zo’n ondertiteling bijna altijd kunnen weghalen of gewoon kunnen overslaan als het een first betreft. Doe dat dan gewoon, want de uitgebeelde sfeer zal het meestal duidelijk genoeg maken. Maarrrr in het kader van cover your ass: houd wel ruggenspraak. Zo zie je maar hoe je van het ene lichaamsdeel bij het andere belandt.
De tijd dat (grote internationale) eindklanten zich verlieten op de professionaliteit van ondertitelbedrijven is deels/grotendeels grijs verleden.
Bovendien lopen de grote internationale ondertitelbedrijven te vaak zelf ook niet
over van de kennis van het ondertitelvak. Het zijn vaak zetbazen geworden die dansen naar de pijpen van de (grote) eindklanten, uit financiële overwegingen en uit (helaas) onwetendheid. De afstand tot boots on the ground - wij dus en soms
zeker ook nog de nodige mensen bij ondertitelbedrijven in NL - is vaak niet alleen in geografisch opzicht erg groot, maar ook in vaktechnisch. Bovendien is de ‘omloopsnelheid’ van werknemers in de front office bij internationale ondertitelreuzen vaak veel te hoog. Je moest eens weten hoeveel van die internationale groentjes ik heb zien komen en gaan. Ik heb ze zoooo vaak een
inkijkje in ons vak gegeven. Maar ja, een jaartje later zat er al weer een ander, omdat de voorganger uitgenut en opgebrand was. Aan doorgifte van kennis werd weinig of niets gedaan. Het klinkt krankzinnig, maar ik doel hier toch echt op bedrijven die honderden miljoenen per jaar omzetten en in de mondiale top vijf van ondertitelbedrijven staan.
Kort en goed en idealiter: Blijf weg van het ondertitelen van songs. Behalve als het echt heel relevant is. Die relevantie kan natuurlijk wel verschillen per leeftijdscategorie en doelgroep.
Afhechtertje:
Moet je toch ooit aan de slag met zo’n vermaledijde, overbodige ondertiteling, dan wens ik veel sterkte. Het wordt wellicht wel Een harde dags nacht, om eens een Ringo-isme briljant te ‘ondertitelen’.
Rijm in ondertiteling van liedjes/songs
Ontboezeming. Ik begrijp niet wat ondertitelaars bezielt om te proberen de rijm in een nummer/song terug te laten komen in de ondertiteling. Tenzij het
natuurlijk uitdrukkelijk gestipuleerd is door de klant. Het riekt m.i. naar ondertitelaars die menen dat ze met (iets van) kunst bezig zijn of naar overijverige redacteurs die weer eens iets bedacht hebben om hoogwaardig te kunnen redigeren. Geloof me, als het goed gedaan is, dan neem ik er m’n petje
voor af. Voor je vakkundigheid en liefde voor het vak. Maar ben je dan wel meegegaan met staand/slepend en glijdend rijm? Heb je je gehouden aan assonantierijm? Misschien zit er wel een specifieke versvoet in. Heb je daarop gelet en je eraan gehouden? Of heb je je gewoon bediend van hoek-boek-koek-rijm? Neem nou de volgende twee ondertitels, de rijm daarin werkt als volgt:
A
B
C
A
Als we een nummer horen zingen pikken we rijmende klanken bij de twee A’s
vrijwel zeker op, ook al zit er een seconde of vijf tussen. Maar zijn er nou werkelijk mensen die vijf seconden later, bij het lezen van de A-regel in de tweede ondertitel gaan kraaien van pret: Aha, geweldige rijm, zó ontzettend John en Paul. Dat zal ook niet gebeuren als A opduikt in de eerste regel van de tweede ondertitel. Wil het een beetje effect hebben, dan kom je uit bij AA, BB, CC, DD. En dan beland je al gauw bij hoek-boek-snoek-rijm of buiten-fluiten-duiten-rijm. Want bijvoorbeeld subtiele assonantierijm (naar het origineel) zal door weinigen opgemerkt worden in ondertiteling:
de foto van z’n opa als boer
lag onder te stoffen in de hoek
Ik geloof ook na meer dan 30 jaar ondertitelen nog steeds niet in meegaan in de rijm van het origineel. Dicht bij het origineel blijven is meestal al een enorme
klus bij liedjes (Supercalifragilisticexpialidocious, um-dittle-ittl-um-dittle-I). Maar als je jezelf dan ook nog oplegt om ‘iets van rijm’ te produceren, dan wordt het helemaal een klus waar je eigenlijk uren extra voor zou moeten uittrekken, wil je het echt goed doen. Aangezien we die tijd (bijna) nooit krijgen, zie je het eigenlijk altijd terug aan de kreupelrijm in zulke ondertitels.
Laat je echter door mij niet afremmen, als je per se wilt, ga er dan voor. Maar dat is wel helemaal je eigen dingetje. Ik heb nog nooit meegemaakt dat je opdrachtgever eiste dat je meeging in de rijm. Behalve dan bij zoiets als kinder-tv. Ik geef liever zo goed mogelijk de essentie weer van wat er gezongen wordt, zonder belemmerd te worden in m’n taalkeuze.
Wat me bij m’n Brel-ondertiteltraumaatje brengt. Ik ben ook een liefhebber van Brel en ging er dan ook even goed zitten toen een hooggewaardeerde docu over Jacques uitgezonden werd. Ik moet zeggen, het was prima ondertiteld. Alleen hadden ze ervoor gekozen (ongetwijfeld zeer weloverwogen) om bij de liedjes de in het Nederlands vertaalde originele liedjesteksten in de ondertitels te zetten. In het begin had ik het niet zo door, maar m’n beetje Frans was net goed genoeg om erdoorheen te prikken en in te zien hoezeer de tekst vanwege de eisen van een zingbare liedjestekst afweken van de werkelijke tekst. Ik ging me er dan ook
steeds meer aan ergeren, omdat ik de essentie van de zielenroerselen van Brel (en dat zijn er nogal wat) puntig en soepel voorgeschoteld wilde krijgen. Ik wilde toch niet gaan meezingen! Ik twijfel overigens niet aan de ‘ondertiteloprechtheid’ van de maker(s). Maar ik blijf het een vreemde keuze vinden.
Ik heb ook eens lang geleden een ondertitelbedrijf gevraagd of ik de raps in een mij toebedeelde hiphopfilm ook moest ondertitelen. En dan ook nog op rijm. Ik zag er nog niet eens zozeer tegen op (leugenaar) omdat het ultralastig zou worden, maar meer omdat als je dat soort heel cultuurgebonden, rauwe taal gaat omzetten naar ondertitel-Nederlands het al snel heel krampachtig en vooral krachteloos wordt. Doe je dat ook nog eens op rijm dan zink je geheid nog dieper weg. Als je daarentegen besluit om zo dicht mogelijk bij de scene te blijven, dan kom je uit op zo veel (onvertaalde/onvertaalbare) termen uit da hood, dat je je kunt afvragen of je nog wel aan het vertalen bent. Dan wordt het onnavolgbaar voor mensen die niet bekend zijn met die scene, en slappe hap voor mensen die er wel bekend mee zijn en die de ondertitels dan ook in hoge mate als storend zullen ervaren. Een flinke valkuil voor ons dus.
Afijn, uiteindelijk hoefde ik de raps niet te ondertitelen. Ook goed (leugenaar).
Maar of het ondertitelbedrijf zich had laten overhalen door m’n argumenten of door de waarschuwing dat ik het alleen zou doen voor flink meer geld?
Begrijp me niet verkeerd, het kan wel degelijk in incidentele gevallen zo zijn dat de ondertitelde tekst (op rijm) van een song iets wezenlijks toevoegt. Zeker als het een kinderprogramma betreft. Maar het heeft mijn voorkeur niet. Daar mag je het gerust volmondig mee oneens zijn. Als je maar weet waarom je het doet,
als je ervan afwijkt. In ons vak barst het van de regeltjes en voorschriften, die ook nog eens regelmatig fluctueren. We worden geacht die gedwee op te volgen.
Maar dat houdt niet in dat je er niet meer over na moet denken.
Afhechtertje:
Hebben we de discussie al gevoerd of raps onder dichten vallen of onder zingen? Zingzeggen dan maar? Moeten de regeltjesmakers daar dan niet eens aparte regels voor bedenken?
Insert, Forced Narrative (FN), On-screen Text (OST)
Oftewel, relevante tekst die in beeld verschijnt, als onderdeel van het visuele
product of later toegevoegd. Let goed op dat woord ‘relevant’. Is het van belang dat de kijker het (vertaald) verneemt? Een politiewagen waar Police op staat, behoeft op z’n hoogst één keer een insert/FN. Je zou het ook gewoon weg kunnen laten, omdat het al lang zo’n enorm bekend begrip is.
Maar dat is in de praktijk helaas soms linke soep bij bepaalde eindklanten. Ze
zeggen dat je alleen ‘relevante’ dingen moet laten staan, maar o wee als je dat consequent toepast. Hoe dat kan? Tja, dat is eigenlijk simpel. Te weinig mensen in de branche weten nog hoe het werkt, te veel mensen in de branche zijn als de dood voor de big dogs. Helaas zit daar niet altijd al te veel vakkennis en zit er in ieder geval ontzettend weinig continuïteit in het personeelsbestand. Soms wordt daar mijns inziens simpelweg op macroniveau vergeleken of de talen wel eenvormigheid vertonen. En als je dan wat afwijkt, dan worden ze nerveus. Ga dan maar eens uitleggen aan iemand die er niet zoveel van snapt, dat ie er niet zoveel van snapt. Een beetje een bitterzure conclusie? Wie weet, but the truth bites, just make sure it’s not your ass it is biting.
‘Politie’ in een obscure taal neem je natuurlijk wel minstens één keer mee.
Onder andere Netflix gebruikt de term redundant voor eventueel overbodige FN’s en goochelt ook met de raadselachtige term plot-pertinent. Als we die
regel(s) echt zouden aanhouden, dan zouden er weinig FN’s ondertiteld worden. Dus laten wij het houden op relevant, op dat moment in het verloop.
Hou er rekening mee dat in templates soms werkelijk alles opgevoerd wordt als FN. Soms verschijnt er een tekst in beeld waarvan je denkt: huh?
Dan blijkt er ergens op een brievenbus of gevel waar iemand langsloopt iets te staan wat totaal irrelevant is, maar wat toch een FN opgeleverd heeft. Dat kan voortkomen uit totale incompetentie, of uit het feit dat de template ook nog voor iets anders bedoeld is (captions), of voor een ander taalgebied, waar ze anders omgaan met tekst in beeld. Maar hou altijd als uitgangspunt aan dat je irrelevante tekst weghaalt. Maar hou ook altijd aan dat een uitgangspunt slechts een uitgangspunt is. Jaja.
Denk erom dat gesproken tekst altijd voor gaat op tekst in beeld. Wel kan je hier een beetje mee smokkelen als het om kreten als ‘hello’ of ‘help’
gaat en de tekst in beeld erg relevant is, misschien zelfs echt ‘plot-pertinent’.
Wat betreft de verschijningsvorm van de FN: tja, die heb ik in alle soorten en
maten en gedaantes voorbij zien komen. Om de een of andere duistere reden (Netflix?) voert bovenkast nu de boventoon. Wat ik nogal jammer vind omdat je dan niet altijd evenveel kwijt kan. In technisch opzicht kan het nog voorkomen dat er in bovenkast simpelweg minder tekens op een regel passen.
Bij vrije keuze prefereer ik: onderkast, geen beginhoofdletter, geen interpunctie, op vraagtekens na. Maar er zijn ook ‘scholen’ die de verschijningsvorm van de tekst in beeld aanhouden: bovenkast, onderkast, gemengd, cursief of niet. Dat
kan op zich wel, al wordt het soms dan wel een potpourri van stijlen, om de simpele reden dat de teksten in beeld vaak flink van elkaar zullen verschillen:
krantenkoppen, krantenartikelteksten, zelfmoordbriefjes, geknutselde chantagebriefjes van verschillende krantenletters, liefdesbrieven. Weinig uniformiteit dus. Bovendien vraag ik me dan altijd af wie van de kijkers het opvalt dat de verschijningsvorm in de ondertitel (bijna) hetzelfde is als die in beeld. Nog even los van het feit dat je dat exacte lettertype toch niet in je arsenaal hebt. Maar goed, de kijker ziet dus (vreemde) tekst in beeld en gaat met z’n blik automatisch naar de ondertitelregel. Dan gaat het daarna toch om goede herkenbaarheid en leesbaarheid voor de kijker, en wellicht een beetje om fijne werkbaarheid voor ons, maar zeker niet om de fratsen van de bedenkers van overbodige regeltjes. Tja.
Er zijn ook van die bedrijven die aangeven bij hun specs – niet alleen betreffende dit onderwerp trouwens - dat je je moet houden aan wat in ons taalgebied gebruikelijk is. Heel fijn. Als er nou iets is wat verwaterd is de afgelopen 15 jaar dan is het wel ‘wat gebruikelijk is’ in ons ondertitelland. Die imaginaire vastigheden zijn de fijnste.
Let wel, ook bij dit onderwerp probeer ik aan te geven wat er zoal mogelijk is.
Ik heb natuurlijk wel een bepaalde voorkeur, maar ik kan goed leven met een andere keus, als die maar doorwrocht is – hupsakee, weer een lekker woordje erin gefietst. Als het nu de millennials maar niet te veel wordt, al die onbekende woordjes die ze moeten opzoeken. O nee, dat is waar millennials zoeken niks op. Multiple choice: humor/ongein/fuck off, bijna-boomer.
Als je mag kiezen, pas je keuze dan consequent toe. Binnen het redelijk is er geen goed of fout. Het betreft toch vooral voorkeursverschillen of kleine technische verschillen.
Pas ook op met de verschijningsvorm van inserts/FN’s in je template – die stemt heel vaak niet overeen met jouw specifieke specs. Wellicht omdat de template voor andere specs gemaakt is of simpelweg omdat ze de template erdoor gejast hebben. Dus ja, je raadt het al: check je specs voor je gaat beginnen. Gaat het al irriteren? Mij in elk geval wel. Als ik in een klok woonde, zou ik het koekoek roepen ook strontzat zat worden.
Tip: als er staat ‘Anna van den Berg, chirurg bij ziekenhuis X’, of ‘Jan Jansen, directeur bij bedrijf Y’, overweeg dan de naam weg te laten en alleen de functie op te nemen als het gaat wringen qua tijd, in plaats van gemankeerde flits-flits-oplossingen te bedenken. Je zou eigenlijk altijd alleen de functie of de rol weer moeten geven, de naam staat immers vol in beeld. Maar ja, ook hier is een kleine
waarschuwing op z’n plaats. Ga na of niemand bij je opdrachtgever daar zenuwachtig van wordt. Het is namelijk volkomen logisch om het te doen, maar…
Je leest weleens bij de specs dat de FN net zo lang in beeld moet staan als het origineel. Maar als je je oor even bij me te luisteren legt: het is soms compleet geneuzel. Dan staat er bijvoorbeeld in beeld: august 21, four weeks after the murder. En dat blijft dan zo’n zes seconden in beeld. Zucht. Ik ga je niet zeggen de ondertitel flits-flits in beeld te brengen, maar na een seconden of drie mag hij echt wel weg. Hij heeft geen enkele functie meer. Je pikt alleen maar een stukje van het beeld in met je ‘storende element’. Laat de kijker lekker even alleen met wat er in beeld te zien is. Maar ja, het is waar, de regisseur heeft ervoor gekozen de tekst zo lang in beeld te laten staan, maar heeft hij/zij er ook voor gekozen dat er net zo lang nog eens één of twee regels tekst bij geplakt worden?
Tip: als je door tekst in beeld gedwongen bent om te liften en het betreft een tweeregelige ondertitel (zelfgemaakt of in de template) kijk dan of je onder de tekst in beeld kan blijven door je ondertitel op te splitsen in twee ondertitels van één regel. Dat lukt visueel best vaak, al moet het qua tijdsindeling natuurlijk ook wel passen. En het moet natuurlijk wel mogen van de Netnixen.
Erger je je er ook zo aan? Korte spraak-ondertitel/korte insert/korte spraak-ondertitel. Flits/flits/flits, weg. Huh? Soms zit er dan ook nog eentje bij die opeens gelift is. Lang leve de template als harnas en de specs als dogma’s. Leve gierend korte ondertitels als minachting van de kijker.
Hou op één regel wat op één regel past
Je dekt dan zo min mogelijk af van een hoger stuk van het beeld, waar zich
meestal het meeste afspeelt. Soms zijn er dwingende redenen om ervan af te wijken. Het kan zo zijn dat er tekst verschijnt aan de linker- of rechterkant van het beeld. Bijvoorbeeld bij credits. Soms kan je dan voorkomen dat je moet liften door een eenregelige ondertitel te splitten zonder dat dat echt nodig is.
Deze ondertitel bedekt deels ook de zijkanten.
Deze dekt veel minder
van de zijkanten af.
Doe dat alleen als het nodig is en als je opdrachtgever geen rolberoerte krijgt.
Ook kom het wel voor bij inserts/FN’s dat het voor de duidelijkheid beter is om twee regels te gebruiken. (Stiekem vind ik het soms ook mooier)
Dit zou in principe op één regel kunnen passen.
MARIE WERD 100
JESSE STIERF KORT ERNA
Geen interpunctie nodig. Mooi, zei de beroepsgedeformeerde liefhebber.
Splitten/Opdelen. Het opdelen van een ondertitel. Probeer te zorgen dat je dit goed en snel leert. Dus verdiep je in de software/app. Het loont de moeite.
Neem nou een ondertitel van twee volle regels die 5,5 seconden duurt. Als je die split, kan je vaak net iets meer tekst kwijt. Stel: je maximale cpl is 37. In die ondertitel van 5,5 seconden kan je dan 2 regels van max 37 tekens kwijt. Maar als je de ondertitel split, kan je soms in twee ondertitels net iets meer letters/leestekens kwijt. Omdat je een stukje van de tweede regel kan inpikken in allebei de ondertitels. Dan heb je bijvoorbeeld ruimte voor twee ondertitels van in totaal 39 tekens. Hartstikke handig als je worstelt met de formulering en de ruimte, en als dat te veel tijd begint te vergen. Het lukt vaak zo, ondanks dat je dan wel twee/drie beeldjes extra kwijt bent aan je interval. Er moet natuurlijk wel een mogelijkheid tot splitten in zitten, al zal dat nagenoeg altijd wel het geval zijn. Een ‘tussentrigger’ is snel gevonden.
Het wordt al helemaal mooi als de ondertitel niet meteen opgevolgd wordt door een volgende. Een volle-bakondertitel van 2 regels x 37 tekens die in het groen zit qua tijdsduur, bijvoorbeeld vijf seconden, daar kan je verder niks mee. Die zit vol, het verlengen van de tijd verandert niks wezenlijks. Als je hem echter split en een eerste ondertitel van bijvoorbeeld 37 tekens maakt, dan kan je met de tweede nog wat extra tijd inpikken bij de uitloop, om zo ruimte te creëren voor een handjevol extra tekens. Als je moet woekeren met ruimte/tijd dan is dit een
uitkomst. Als je wat langer ondertitelt, zal je merken dat het een trick of the trade is. Vaak vooral handig in docu’s.
Mergen/Samenvoegen. Bij een goeie template/second zou je dit eigenlijk nauwelijks hoeven te doen. Maar de meeste van ons weten intussen dat er veel te
vaak hysterisch getimed/gespot wordt. Dat er te vaak een tsunami aan ondertitels op je afkomt. Dan zou je eigenlijk je schouders moeten ophalen en alleen moeten mergen als je er voordeel van hebt. Sommige ondertitelaars hebben daar geen moeite (meer) mee. Andere zijn die drempel aan het overgaan of hikken er nog tegenaan. Maar hoe dan ook, je bent een dief van je eigen portemonnee als je matige tot slechte ondertitels in een template aan alle kanten gaat zitten oppoetsen.
Weer tijd voor een mop: Ik kom m’n auto bij jou als garagist brengen. Ik vraag je de motor te repareren. En jij, schat die je bent, jij gaat ook de wieldoppen schoon raggen, je wast m’n auto en je vervangt de ruitenwisservloeistof. Top. Maar ik betaal toch echt alleen voor de reparatie. Maar ik kom wel bij je terug. Echt wel. Lachen.
Denk erom, een stortvloed aan ondertitels is niet per se fout – oké, oké, wel al je respect hebt voor de kijkers en een liefhebber van goede ondertitels bent - maar als de bedrijven templates van zo’n niveau aanleveren, als alles binnen de technische kaders blijft, mag je je er in principe naar schikken. Gaat het je erg dwarszitten, wordt je er onrustig van, meld dan aan je opdrachtgever dat er superveel ondertitels in zitten, dat het tot een nogal hijgerig product leidt en dat men niet van jou kan verwachten dat je het gaat zitten oppoetsen. Verwacht niet te veel van de reactie. Vaak zijn templates afkomstig van derden, regelmatig ook van derden via de eindklant. Overigens zullen goeie opdrachtgevers het erkennen en je niet dwingen tot gratis meerwerk. Doen ze dat toch, dan zou ik toch eens bij de buren gaan kijken. Anno nu – zegge 2022 – is dat een aantrekkelijke mogelijkheid. Dreigt het eindproduct alleen goed genoeg te zijn om je naam eronder te zetten als je het nodige eraan vertimmert, dan moet je kiezen: gratis meerwerk leveren of genoegen nemen met dat mindere product. Je kan er altijd nog een alias onder zetten.
Maar als deze hartgrondige atheïst even het beroepsbiechthokje betreedt: ik bezondig me er ook weleens aan, als ik lekker bezig ben. Als het best een goeie template is met een paar vuiltjes: ach, pief, paf, poef, klaar. Soms is het heerlijk om met een paar handige ingrepen van een kreupel stelletje ondertitels een prachtige blokje ondertitels te maken. Ook als het een goed programma is met een wat mindere template dan wil ik nog weleens… en ook hier en daar… en soms…
Zie je? Zo gaat dat dus. Dat is de valkuil van de liefhebber-professional. Geloof me, bij de grote internationale bedrijven – ondertitelbedrijven of zenders – is er niet één die je ervoor komt bedanken, die je extra gaat betalen of die het opvalt dat je die enorme bak aan ondertitels zo mooi ‘bijgevijld’ hebt.
Stop, even wat relevante historische context, niet overschakelen naar een ander kanaal. Een handjevol jaren geleden betrad een big dog streamer ons landje. Die wist veel, zo niet alles beter, want die kwam uit big dog country. Ons werd onder meer gezegd overbodige ondertitels te wissen. Want die waren maar redundant. Nou ja, logisch, dat deden we al zo lang. Al heette het toen: niet opnemen in je first. Maar goed, velen van ons begonnen naarstig volgens de regels overbodige ondertitels te wissen in de templates en af en toe ook vakkundig te mergen en te splitten. Totdat ergens iemand paniekerig aan de bel trok.
Ik moet toegeven dat ik niet zeker weet waar dit dramaatje exact ontstaan is.
Maar opeens mocht er niet meer gewist, gemerged of gesplit worden. Ook knutselen aan de tijdcodes was uit den boze. Dit gebeurde min of meer tegelijk bij drie toeleveranciers van de big dog waar ik voor werkte. Ik vermoed dat er met een of andere technische bril naar gekeken was. Omdat het om vele talen ging (en gaat) konden ze die vergelijken. Ach, heeft NL acht procent minder ondertitels en BEL zeven procent minder, terwijl tig andere landen gewoon op 100 procent zitten? Dan moet er iets niet deugen. Het verschil is technisch gezien simpel vast te stellen. Dan zou je natuurlijk kunnen checken hoe dat verschil ontstaan is en constateren dat er helemaal geen vuiltje aan de lucht is. Maar ja, daar heb je stevige professionaliteit voor nodig (bij de big dogs) en zoiets kost tijd en moeite, en dus geld. Ik moet een slag om de arm houden, maar ik vermoed toch echt dat het een uitvloeisel was van ‘macro-analyse’. Als je aan de achterdeur 100 potten met 100 knikkers binnenkrijgt en er gaan aan de voordeur 100 potten met 100 knikkers uit, dan levert zo’n controle je 'zekerheid' op. Dat er bij binnenkomst 20 knikkers van uitgehard snot in elke pot zaten, dat doet er dan niet toe. Eenvormigheid biedt zekerheid. Toch?
Ik weet ook uit persoonlijk contact met mensen in de top van meerdere grote ondertitelbedrijven dat het duivels moeilijks was (is?) om door te dringen tot zulke betweterige big dogs. Maar goed, de onzinstorm lijkt bij deze big dog te zijn gaan liggen. Vele van hun nu geldende regels hadden we grotendeels al, alleen moesten zij eerst nog even een poeha-rondje maken van enkele jaren.
Hoe dan ook, ik wil hier ook niet aan big dog bashing doen (leugenaar), maar ik wilde je wel even vertellen dat het soms zo kan werken. Je moet soms mee met
maffe regels, soms moet je mee met best goede regels die je alleen niet consequent mag toepassen omdat er dan een tussenklant (ondertitelbedrijf) of eindklant (zender) zenuwachtig wordt van de onderlinge verschillen tussen de talen. En ja hoor, met enige regelmaat mag je ook gewoon zinnige regels naar professioneel goeddunken toepassen. Het is er echt nog wel. Het zou er alleen eigenlijk altijd moeten zijn.
Wat me bij de vrije oefening brengt: onbezwaard zelf mogen bepalen of je ondertitels in een template gaat mergen of niet, of je bij nader inzien in je first toch besluiten te mergen.
De instelling van je software (cps, cpl) bepaalt of je ‘in het groen blijft of in het rood gaat’ met je tekst. Simpel gezegd: of je niet te veel tekst hebt gegenereerd.
Als je dus constant ‘in het groen’ blijft met de tekst in je ondertitel, dan is het altijd ‘goed’. Of je nou uiteindelijk op 1200 of 700 ondertitels uitkomt bij een film van 90 minuten. Ja, zo’n verschil kan makkelijk. Zowat elke ondertitel van pak ‘m beet vijf seconden kan je ‘in het groen’ splitten in bijvoorbeeld twee van 2,5 seconden - nee, Netnixen, liever niet in een stuk of zes van 20 beeldjes.
Maar wat is dan wijsheid? Want je zou ook gerust een flitsende film kunnen vullen met veel relatief langdurige, samengevoegde ondertitels van bijvoorbeeld zo’n zes/zeven seconden– even aangenomen dat de specs het je toestaan en je goed op de timingsregels let - maar dan moet je hoogstwaarschijnlijk de dialogen en omschrijvingen enorm indikken, omdat er vaak in die zes seconden ontzettend veel gezegd/geluld wordt. Zo veel weglaten is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Ik ben daar absoluut geen fan van. Aan de andere kant hebben we gezien wat er gebeurt als je meegaat in het moordende tempo van de cuts in veel (actie)films.
Voor het mergen en het splitten raad ik je aan enigszins mee te voelen met de hartslag van het visuele product waar je aan werkt, maar niet te vergeten dat je aan een product op zich werkt. Het is niet je taak op de buddyseat van de regisseur te gaan zitten, je dient de kijker ondertitels op. Dus vraag je af of je die ondertitels zelf zo opgelepeld wenst te krijgen. Zou je aan het eind bijna niet gemerkt hebben dat er ondertitels bij zaten? Denk aan die ninja.
Doe er overigens ook niet te hoogdravend over. 'Meevoelen met de hartslag' is tegenwoordig bij veel visuele producten natuurlijk een groteske overwaardering van wat je netvlies belaagt. Maar 'meedobberen op de modderstroom' is wat mij betreft ook een prima typering.
Na deze ietwat vage aanwijzingen toch nog wat tips die wellicht wat meer houvast bieden. Als je ze herkent dan is dat mooi meegenomen. Want ik heb er eerder al aan gerefereerd.
Let vooral op wat tekstueel/inhoudelijk bij elkaar hoort bij het al dan niet splitten of mergen.
Iedereen komt morgen. Boeren, burgers…
Shot cut/ondertitelbreak
en buitenlui. Maar of er genoeg plaats is?
Tja, in templates zijn dit soort dingen aan de orde van de dag. Templates lijken te vaak goeie leerscholen voor hoe je het niet moet doen.
Iedereen komt morgen:
boeren, burgers en buitenlui.
Shot cut/ondertitelbreak
Maar of er genoeg plaats is?
Zo houd je het mooi bij elkaar. Dat je dan iets wegblijft van de shot cut (maar binnen de scène) is geen enkel probleem, behalve in de hoofden van de internationale nono’s.
En ja, goed gezien van je, wijsneus: mogelijk past het sowieso in één
ondertitel. But that’s beside the pucking foint. Want het levert zo wel prima tekstuele eenheid op.
Een ander dingetje wat ik vaak bij minder ervaren ondertitelaars (en ook templatemakers) zie, is de verdeling: 2-1. Dus vaak eerst een ondertitel met twee regels, dan eentje met één. ‘Oeps, de bak is vol, dan maar een nieuw halfje vullen.’ Op zich hoeft daar niks echt mis mee te zijn.
Ik ben ontzettend voor Ajax.
-Ik ben erg voor Feyenoord…
*
dat is tenminste een echte club.
Maar mooier is natuurlijk:
Ik ben ontzettend voor Ajax.
*
Ik ben erg voor Feyenoord.
Dat is tenminste een echte club.
Elke spreker heeft z’n eigen blokje.
Maar het gaat me hier vooral om de reflex die veel (onervaren) ondertitelaars hebben: vullen die ondertitelbak en dan verder kijken. Ga er niet in mee en kijk of je ook al meteen in het begin kan aanvangen met indelen, in plaats van pas als het moet.
Vroeger was mergen en splitten op tekstuele eenheid en/of sprekersamenhang eigenlijk opgelegd pandoer - we laten timing op triggers nu even buiten beschouwing. Maar door shotcutwaanzin en onkunde is dat naar de achtergrond gedrongen. Heel jammer, want tekstuele eenheid en sprekersamenhang zorgen
voor makkelijker leesbare ondertitels. Dan heb je als kijker dus meer tijd om aan het eigenlijke beeld te besteden, zelfs als het maar om fracties van een seconde gaat.
Uiteindelijk is ook hier het beste advies wat ik je erover kan geven: gebruik gewoon je gezonde ondertitelaarsverstand. Maar ja, wat moet je daar nou mee als (relatief) onervaren ondertitelaar?
Eigenlijk is dat simpel, en toch ook een hele klus: kweek het. Er zijn ervaren collega’s die na het ondertitelen van een product alle technische checks en spellingschecks doen en dan het rehearsen overslaan. Erop vertrouwend dat het wel goed zit. Dat zal overigens bijna altijd het geval zijn bij de echte cracks. Maar als controlfreak voel ik me daar niet helemaal senang bij en ik race er dan ook in hoog rehearsetempo nog eens doorheen. Maar de wat onervarenere ondertitelaar zou ik aanraden om de eerste paar jaartjes altijd te rehearsen na het ondertitelen op (redelijk) normaal tempo. Probeer er als professional naar te kijken, maar ook
mee te lezen als kijker. Het is een hele investering, maar ik kan me van vroeger
niet anders herinneren dan dat we het altijd zo deden. Na een tijd ga je het aanvoelen en word je vanzelf lid van het geheimzinnige genootschap waar ik al eerder aan gerefereerd heb. De leden zien en ruiken in een flits of een ondertitel staat zoals hij moet staan. Raadselachtig en hoogdravend gelul? Mwah.
Ik kan na een ondertiteltje of drie à vier zien of ik met een ervaren ondertitelaar te maken heb of niet. Na een stuk of tien tot twintig kan ik tegenwoordig je leeftijd inschatten. Ik zie het meteen als het visuele product 1 beeldje asynchroon loopt. Ik rammel er negen van de tien keer meteen een ondertitel uit die past qua lengte en qua tijd. En ik weet dat er de nodige ervaren ondertitelaars zijn die dat precies zo hebben. Gestoord, beroepsdeformatie, allebei? Wie weet, maar het werk schiet wel lekker op.
Liften/raisen. Het wordt vervelend, maar toch eerst weer het uitgangspunt: check de specs. Keep your customer satisfied.
Wat niet altijd genoemd wordt in de specs, is het zogeheten stuiteren. Vooral bij
de begintiteling en bij de aftiteling kan het zich voordoen.
Neem de credits in het begin. Soms moet je drie ondertitels liften
vanwege een credit in beeld, maar de vierde niet, omdat er even geen credit in beeld staat. De vijfde en zesde weer wel, de zeven en
de achtste weer niet… Afijn. Zeker bij het liften ‘naar het plafond’ kan het dan
een enorm gestuiter van ondertitels opleveren. Denk erom dat ondertitels vaak korte tijd in beeld staan, waarin je als kijker ook nog eens
de hele situatie in je op moet nemen. Dan wil je de kijker niet eerst een fractie van een seconde laten zoeken naar waar de ondertitel staat.
Handige tip wellicht: Soms kan je de tweeregelige ondertitel splitten in twee
enkele regels. Dan past het er soms netjes onder en hoef je niet te liften. Maar hier geldt dus ook weer: leer splitten.
Timing. Alweer? Ja. Even over iets wat ik veel te vaak zie en waar ik me dood aan erger. Het is echt not done. Dit staat er dan in de template bijvoorbeeld:
Hi, James.
-How have you been, Marie?
Ach, denkt de ondertitelaar: Dat is mooi, dat eerste hoef ik niet te ondertitelen, ik haal het weg. Dat scheelt weer tijd en ruimte. Poef:
Hoe gaat het ermee, Marie?
Maar de trigger is hier de stem van Marie. Zij begint: Hi, James. Op dat moment gaat je blik naar de ondertitelplek en zie je… de tekst van James, die nog uitgesproken moet worden. Buitengewoon irritant en verwarrend. Je ziet het vooral bij collega’s die niet beter weten of collega’s die zo proberen te smokkelen. Niet doen. Buitengewoon onprofessioneel.
Batavomorfismen (Ajax-vertalingen)
Voor vertalingen van buitenlandse namen en begrippen gaan we geen
Nederlandse evenknie bedenken. De buitenlandse supermarktketen XYZ wordt niet Albert Heijn.
I am going to XYZ to get some milk.
Ik ga naar de supermarkt (naar supermarkt XYZ) om melk te halen.
In principe vertalen we geen namen van programma’s/series/films, tenzij specifiek aangegeven. Dat geldt ook voor afleveringstitels. Dat was lang opgelegd pandoer, maar onder invloed van grote internationale bedrijven (ondertitelbedrijven en uitzendklanten) lijkt hier de klad in te gaan komen. Niet-Engelse titels worden naar het Engels vertaald. Wij stuiten dan op een lege ondertitel in de template. Ik heb het tot nu toe nog kunnen vertikken. Maar al een paar keer heb ik moeten duwen en trekken.
Dus wie weet. Op zich is het geen halszaak, maar het leidt al gauw tot tenenkrommende bedenksels.
De Shawshank-verlossing. Lol.
Namen van personages. Ik introduceer ze altijd even. Dat betekent dat ik aan het begin ook zoiets ondertitel als ‘Hey, Joe - Hé, Joe.’
Het is geen must, maar ik doe het liever wel. Daarna geloof ik het wel met Joe.
Dus dan wordt het:
Hey, Joe, where are you going with that gun in your hand?
Waar ga je heen met dan pistool/vuurwapen (in je hand)?
Ik introduceer een personage al helemaal als het om een naam gaat waarvan je soms niet doorhebt dat het overhoofd een naam is:
Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili.
Hé, Iosif, opzouten.
Zeker in een taal die ver van ons af staat, bijvoorbeeld qua klank, kan het handig zijn om af en toe die naam toch nog even te droppen, zeker als hij een tijdje niet gebezigd is.
Ik kreeg laatst een goede vraag van een oplettende collega (Miel!) met betrekking tot namen en kreetjes, getriggerd door m’n ondertitelzin: Hé, Iosif, opzouten. Moet je daar nou wel twee komma’s in zetten? Ja, taalkundig gezien (hiero!) wel dus. Maar daar gaan we soms in ondertitels toch wat anders mee om. Net als een teveel aan aanhalingstekens zal een teveel aan komma’s het beeld alleen maar rommeliger maken. En denk erom, in deze tekst is stijl
natuurlijk belangrijk, maar de verschijningsvorm niet zozeer. Bij ondertitels is de verschijningsvorm echter wel van belang. Denk maar aan zoiets als:
Hè, ja, joh, zeg ‘t ‘m ‘s.
Dat levert geen fijne eerste aanblik op. We willen het liefst dat iemand niet meteen al bij het zien van een ondertitel ‘visueel struikelt’. Elke
tekst staat er immers maar relatief kort. Vandaar ook dat we in dit geval best kunnen ‘neerpennen’: Hé Iosif, opzouten. Zonder eerste komma.
Let wel goed op dat je het weglaten van komma’s niet overdrijft. We willen taalkundige regels alleen enigszins ‘verbuigen’ als het ondertitelwinst oplevert.
Pas ook op dat je met het weglaten van eventueel overbodige, rommelige leestekens niet het de betekenis van een zin verandert.
Hé Iosif, opzouten.
Hier verandert een komma meer of minder weinig of niks.
Maar dat kan anders uitpakken:
Nou, niet zeuren. (Meer verzuchtend van aard)
Nou niet zeuren. (Meer bevelend van aard)
Zeg, Iosif…
Zeg Iosif…
Bij die laatste staat eigenlijk: Zeg aan Iosif…
Afijn, heb ik al eens gezegd dat dit een vak is van uitzonderingen en nuances?
Pas erg op met namen. Check altijd alles. Ik heb al zo vaak meegemaakt dat een naam in de template of in het script verkeerd geschreven stond. Ik heb het zelfs
een paar keer meegemaakt in docu’s dat er een insert in beeld verscheen met een verkeerd gespelde naam. Door de makers zelf aangebracht. Vreemd genoeg stond dan soms weer wel de correcte naam op de aftiteling. Tja, onkunde maakt meer kapot dan je lief is.
Aanspreking. Bij een aanspreking gebruiken we steevast een komma. Ervoor of erna, al naar gelang de positie van de aanspreking.
John, doe dat nou niet.
Doe dat nou niet, John.
Je ziet het te vaak fout gaan in het hedenlands.
Ach, je snapt toch wat ik bedoel! Ja, dat is waar, maar dan toch even dit om duidelijk te maken dat als je de komma weglaat het geen aanspreking meer is en de zin een totaal andere betekenis kan krijgen:
Let’s eat granny.
Let’s eat, granny.
Ik hou van je moeder
Ik hou van je, moeder.
Dit zou uitleg overbodig moeten maken. Snap je het nu nog niet? Overweeg een
carrière-switch. Oké, grapje. Een beetje.
Overigens kunnen ook woorden als ‘allemaal, mensen, buurtgenoten, aanwezigen’ aansprekingen zijn. Een aanspreking hoeft ook niet uit maar één
woord te bestaan:
De keizer riep verontwaardigd: Volk van Japan, hang uit protest de vlag ondersteboven!
Ook in dit verband dus wel oppassen met te veel komma’s.
Nou, Joe, kom, toe, niet doen, hoor, Joe.
Dan wordt (snel) lezen een soort sprint over de horden. Zelfs als je de eerste en de laatste komma eruit laat om professionele redenen.
De laatste tijd zie ik steeds vaker dat een aanspreking gevolgd wordt door een punt. Waarna de eigenlijk verwoording volgt:
Professor. Mag ik u een vraag stellen?
Natuurlijk kan het een specifieke stijlkeuze zijn. Een punt geeft nu eenmaal een
langere pauze aan dan een komma. Maar dan zou je ook puntjes kunnen zetten. De vraag is of je zulke stijlfratsen in ondertitels moet gebruiken. Bijna altijd zal het antwoord daarop zijn: nee. Na een aanspreking volgt een komma. En ervoor trouwens ook. Ja, dat had ik aan het begin van dit blokje ook al gezegd. Maar ik zeg vaak, als je het maar vaak genoeg goed zegt/doet, dan gaat het vanzelf meer goed.
Ach ja, hoe zat het ook alweer met de trappen van vergelijking? Daarover meer laat meer.
Tussenwerpsel
Tussenwerpsels zijn woorden die op zichzelf staan, buiten de eigenlijke structuur van de zin, en die geen syntactische functie in de zin hebben (mooi ergens gejat op een gezaghebbende site, niet verder vertellen). Het kunnen kreten zijn, maar ook vloeken, uitroepen, etc. Bekende ‘daders’ zijn woorden als: hoor, zeg, toch, nou.
Bij tussenwerpsels gebruiken we een komma. Met name bij de tussenwerpsels ‘hoor’ en ‘toch’ wordt de komma vaak vergeten. Laten we het erop houden dat het geen onkunde is maar pure vergeetachtigheid, toch? Om duidelijk te maken dat die komma echt een functie heeft het volgende:
Ik weet heus wel wat ik hoor, hoor.
Ik snap heus wel wat ik zeg, zeg.
De komma scheidt die eeneiige tweelingen en geeft een adempauze aan, waardoor het tussenwerpsel z’n waarde krijgt. Vermijd tussenwerpsels midden in een zin, als dat kan.
Ik weet heus wel, hoor, dat je niet komt.
Ik weet heus wel dat je niet komt, hoor.
Dit kan je gerust zo toepassen als in het origineel het tussenwerpsel middenin valt. Zolang je de aard van wat gezegd wordt niet echt aantast. In
bovengenoemd voorbeeld heeft ‘hoor’ de aard van een verzuchting. Die aard verandert niet echt door de veranderde plek in de ondertitel.
Let op dit verschil:
Helaas was hij er weer niet. (Bijwoord)
Helaas, hij was er weer niet. (Tussenwerpsel)
Ook een vloek kan een tussenwerpsel zijn (de eerste) en trouwens ook een bijvoeglijk naamwoord (de tweede).
Once again, goddammit, don’t be so goddamn stupid.
Nogmaals, godverdomme, doe niet zo godvergeten stom.
Bij deze zin heb je trouwens flink wat mogelijkheden. Je kan alle vloeken weglaten in je ondertitel. Heel verdedigbaar, omdat in het in sommige contexten overduidelijk is dat iemand de hele boel bij elkaar vloekt. Vooral in Amerikaanse series/films zie je het vaak gebeuren: ze zeggen om de drie woorden ‘fucking’ of iets vergelijkbaars. It’s like breathing to them.
Dan gewoon het mes erin zetten.
Maar je kan het ook ietwat doseren en ermee schuiven. Drie keer 'fucking' in een blokje tekst kan je ook gerust beperken tot één keer verdomme/fucking, maar zet het dan wel vooraan of achteraan. Ja, je dacht het al, met komma erna of ervoor. Klopt. Maar vloeken middenin, net als andere tussenwerpsels, zou ik proberen te vermijden. Scheelt ook weer één positie.
Zelfstandige naamwoorden
Ook dit blokje heeft op zich niets met ondertitelen te maken, maar je ziet het zo vaak fout gaan dat de in m'n hoofd wonende taalliefhebber steeds luidruchtig tegen me begint te fulmineren. Zo, toch even mooi de schuld afgeschoven. Ik kan het dus niet helpen.
Denk erom dat we in het Nederlands zelfstandige naamwoorden aan elkaar schrijven. Mede onder invloed van het Engels gaat dit steeds vaker fout.
Eigenlijk is de term zelfstandig naamwoord wat misleidend. Zelfstandigheid lijkt misschien beter, omdat ook eigennamen eronder vallen, dus meer dan één woord. Maar als je er een lidwoord voor kan zetten, dan is het zeker een zelfstandig naamwoord. Combinaties daarvan schrijven we aan elkaar. Even heel simplistisch: het is dan dus ook ‘vrachtwagenbestuurder’ en niet ‘vracht wagen bestuurder’.
Maar het kan soms heel tricky worden. Stel, er is een school in America die The Holy Oak heet. Dat wordt dan The Holy Oak-school in het Nederlands. Om dit soort samenstellingen te vermijden, kan je wellicht beter kiezen voor: de school The Holy Oak. Bij dit soort zelfstandigheden is het altijd wel goed oppassen of het wel The Holy Oak is en niet gewoon Holy Oak. Dan wordt het (de) Holy Oak-school of de school (de) Holy Oak.
Het stadion dat naar Johan Cruijff vernoemd is, is er ook zo een. Eigenlijk heet dat ding als samenstelling Johan Cruijff-arena. Denk erom: het los schrijven gaat verloren in een samenstelling, maar blijft bestaan als de spatie wezenlijk onderdeel van de zelfstandigheid uitmaakt (zoals in de combinatie van voornaam en achternaam), tenzij er een heel nieuw begrip ontstaan is. Een andere uitzondering is natuurlijk als mensen zelf gaan taalknutselsen.
Vandaar dat de Johan Cruijff-arena Johan Cruijff ArenA heet. Tja.
We gooien er gewoon nog een paar tegenaan, omdat ze zo leuk zijn en vaak fout gedaan worden: Sovjet. Ook dat is een zelfstandig naamwoord. Er bestaat geen bijvoeglijk naamwoord van. Sovjet-Russisch is een scheve schaats. Sovjets, dat zou mooi zijn. Het Sovjetse leger. Maar het bestaat dus niet. Vandaar dat je het dus altijd aan elkaar schrijft, al dan niet met een streepje: Sovjetleger. Het woord Sovjet zegt hierbij wel iets over het woord erna, maar is geen bijvoeglijk naamwoord en wordt dan ook los geschreven.
St.-Christoffel-amulet. Heerlijk taalpuzzelwerk. Afkorting met puntje, streepje, eigennaam, zelfstandig naamwoord. Laat je niet misleiden door bijvoorbeeld aardrijkskundige vernoemingen naar heiligen. Daar ontbreekt het streepje vaak na Sint (al dan niet afgekort). Het streepje is verdwenen, de naam is versteend.
Denk erom dat je soms gedwongen bent om woorden te maken die bijna nergens terug te vinden zijn: De geslaagde vlucht van de Apollo 8 was bovenal een propagandazege van de VS op de Sovjet-Unie. Het wat geconstrueerde maar correcte woord ‘propagandazege’ zal je in geen woordenboek terugvinden. Dus zou je kunnen denken dat het niet juist is. Maar geen enkel woordenboek, geen enkele woordenlijst, is volledig. Dus staar je daar niet blind op.
Pas bij dit onderwerp heel goed op voor Dunglificatie: Soviet army (Sovjetleger) verraadt het al een beetje. In de Engelse taalgebieden worden dit soort zelfstandigheden vaak (niet altijd) los geschreven. Dat kan de indruk wekken dat het in het Nederlands ook zo moet, dat het om een bijvoeglijke bepaling en een zelfstandig naamwoord gaat. Niet dus.
Kanttekening: het is soms verdomd lastig of het nou om een bijvoeglijk naamwoord gaat of niet, bijvoorbeeld bij woorden als: standaard (bn) en standaard (zn). Hetzelfde geldt voor ‘doorsnee’. Bij de laatste twee is er overigens wel sprake van een (klein) betekenisverschil.
Herhalingen.
Oké, iedereen weet natuurlijk dat als iemand een keer of tien achter elkaar ‘John’ roept, dat je dan niet tien keer een ondertitel hoeft te maken. Is het personage al bekend? Is het geluid duidelijk herkenbaar? Dan helemaal weglaten. Is John nieuw voor ons, dan volstaat één of twee keer.
Ook onnodig vind ik het als iemand drie of vier keer ‘rennen’ of zoiets snel achter elkaar roept, dat het dan ook drie of vier keer in één ondertitel opduikt. Denk na bij wat je doet. Men hoort de repeterende kreet sowieso wel. Dus één of twee keer volstaat. Al die tekst kost leestijd en heeft geen functie. Je bent niet
aan het ondertitelen voor doven en slechthorenden. Dan heeft die herhaling een functie.
Ook ergerlijk:
Goeiemorgen.
-Goeiemorgen.
Tja, functioneel bij doven en slechthorenden. Bij gewone ondertiteling
dekt het beeld af (oké, een beetje mierengeneuk), maar het kost vooral meer leestijd. Eén keer volstaat, over de gehele spreektijd van beiden.
Goeiemorgen.
Je hoeft de kijkers geen potje ondertitelbabyvoeding op te lepelen. Ze horen echt wel twee keer dezelfde klanken.
Nagels over een schoolbord: Go, go, go. Dat wordt niet: Gaan, gaan, gaan. Maar iets als: rennen/tempo/nu/gas. Eén of twee keer verwoord.
Nog meer nagels over een schoolbord: Iemand die bijvoorbeeld in een speelfilm drie of vier keer nogal gedragen roept: Please, help me. Doorspekt met wat gekreun en gesteun, waardoor het twee seconden duurt. Waarna dezelfde
hartenkreet herhaald wordt. Ik heb dit al in menige template mogen zien (en in broddelwerk van vlees en bloed): de ondertitel Alsjeblieft, help me wordt dan na twee seconden gewisseld voor de ondertitel Alsjeblieft, help me. En hupsakee, twee seconden later gewoon weer. En kort flitsje geeft aan dat er een nieuwe ‘oude’ ondertitel in wordt gezet. Ik word er even stil van. Vandaar deze symbolische lege regel hieronder.
Kom op, gewoon die ondertitel vier seconden laten staat, gedurende twee keer diezelfde wanhopige verzuchting. Dan de opvolgende vergeten, niks doen. Als de nood je te hoog wordt om de een of andere (duistere) reden, smokkel dan en verander een pietsie aan de tekst:
Alsjeblieft, help me/Help me, alsjeblieft.
Toe nou, help me/Help me, toe nou.
Kort quizmomentje als intermezzo: Hoe oud moet je eigenlijk zijn om te weten wat ‘nagels over een schoolbord’ betekent?
Twee sprekers in één ondertitel
Ook hier geldt weer: check de specs. Er bestaan allerlei varianten: alleen de tweede spreker een streepje, allebei een streepje, met of zonder spatie erna.
Mag je kiezen, kies dan voor: alleen de tweede een streepje, zonder spatie erna. Waarom? Het is net als de andere varianten glashelder, maar het scheelt ons weer wat ruimte. Eén zo’n positietje lijkt niks voor te stellen, maar geloof me, je gaat het nog vaak meemaken dat je er heel blij mee bent. Oké, oké, misschien steeds minder vaak met die specs van de ondertitelkenners uit
niet-ondertitellanden: 40/42 cpl en 17/20 cps, and counting. Inderdaad, ‘de lucht is de limiet’, maar dan wel de lucht in hun hoofd.
Ik weet niet of het nog steeds gedaan wordt, maar dan zeker niet in het
professionelere segment. Namelijk deze vorm:
Ik wil je hierbij laten weten, dat ik je ga
verlaten, Henk. -Dat pik ik niet, Ingrid.
Dus meer dan één regel voor de eerste spreker en minder dan één regel voor de tweede. Uit den boze. Ooit werd dit best vaak gedaan. Maar dan met name in het videocircuit.
In datzelfde videocircuit was heel soms – uit wanhoop of onkunde – sprake van drie ondertitelregels. Dat is voor ons dus echt taboe.
Wat me even in een grijs verleden doet tuimelen. Ooit, ergens medio jaren ’90, zochten de ondertitelbedrijven volop ondertitelaars. Daar kwamen dan ook wel vertalers op af die geen enkele ervaring met ondertiteling hadden. Ik kan me nu nog steeds de verbijsterde blik van m’n toenmalige eindredacteur voor de geest halen toen hij me vertelde dat hij bij zulke ‘proeven van bekwaamheid’ met enige regelmatig stuitte op kandidaten die een half scherm met tekst gevuld hadden. Lol.
Previously, credit
Dit is al heel lang gangbaar in de branche:
Previously - Wat voorafging:
Ik heb er geen dwingende gedachten bij. Wat ook zou kunnen: Voorheen/Eerder:
Overigens dan allemaal wel zonder het door mij hier gehanteerde cursief. Maar
ik vind die laatste twee nou ook niet echt onweerstaanbaar beter. Wel korter. Maar ze vallen allebei binnen je minimumtijd.
Denk erom: Previously on Hatseflatse Hupsakee.
Ga daar niet moeilijk over doen. De naam van het programma kan je zo nodig weglaten. Men weet (hopelijk) wel waar men naar kijkt. Anders hoort men het wel of ziet men het in beeld.
Next week on… Pas daarmee op. Je weet niet of de uitzenddatum hier hetzelfde is als ooit daar. Dus hou het algemeen.
Next week (on) – De volgende keer:/In de volgende aflevering:
(Eind)Redactie
Zo je er nog op stuit: wat mag je dan eigenlijk van een qc’er of redacteur verwachten?
M’n oud-hoofdredacteur had het altijd over helicopter view. Dat is me altijd bijgebleven. Je mag van eindredacteuren verwachten dat ze niet alles onder de microscoop leggen. Er zijn nu eenmaal vaak meerdere manieren om iets te verwoorden. Zelf zie ik het graag zo: een redacteur mag niets veranderen, alleen verbeteren. En dat subtiele verschil is verduiveld lastig.
Ik ben eens op de vingers getikt omdat ik wel wat meer het woordje ‘om’ kon gebruiken in zinnen als: ‘Het lijkt me beter (om) dat niet te doen.’
Want dat zou soepeler lezen. Oké, mij best. Klinkt luchtig, maar ik had flink de pest in. Een paar weken erna zei een andere redacteur me het woordje ‘om’ wat minder vaak te gebruiken, want dat scheelde maar ruimte.
Tja, uit die tijd stamt mijn dartboard met verwisselbare foto’s van (eind)redacteuren.
Oké, dan toch nog even iets positiefs over redactiewerk. In het besef dat het onmisbaar is voor (top)kwaliteit en dat ik het zelf ook af en toe nog doe.
In de tijd dat alles nog tot op de vierkante millimeter nagekeken werd, had ik eens digitaal neergepend dat iemand ‘het noorden kwijt was’. De dienstdoende
redactrice had erbij geschreven - alles werd toen nog uitgeprint voor het redactiewerk - dat ze de uitdrukking niet kende, maar hem toch had laten staan, omdat hij haar meteen duidelijk was. Dat vond ik klasse, het getuigde van vertrouwen in de ondertitelaar, maar bovenal van vertrouwen in haarzelf. Yo, Miebeth!
Als uitsmijter, om te huilen en te lachen
Van vóór spraakherkenning, trouwens. Dus die was het niet.
Vermoedelijk ergens gemaakt op de Filipijnen of zo. Het stond in het script en
ook in de template.
Programma over WO II:
Admiraal Dönitz - Admiraal Donuts
Serieuze professionaliteit, duh.
Round and round it goes, when it stops nobody knows.
Ik ga de zender in dit voorbeeld maar Wolf noemen, opdat jullie totaal niet weten over welke uitzendklant het gaat.
Ik heb een keer na VIER JAAR een klus teruggekregen. Of ik nog even iets wilde rechtzetten ‘wat ik niet goed gedaan had’. Nu moet je dat soort dingen niet tegen me zeggen, dan wil ik ook het naadje van de kous weten. De klant waar ik het voor gedaan had, was kort daarvoor overgenomen door Wolf. Wolf had intussen de specs veranderd, flink verruimd. Iets wat er ooit bij mij niet in paste,
paste nu opeens wel. Blijkbaar wilden ze het weer uitzenden en hadden ze het door een of ander digitaal controlemechanisme gerukt. Zucht en diepe grom. Ik was al aan het roffelen op m’n oorlogstrom toen ik inzag dat ik dan bij een enorm bureaucratische buitenlandse tussenboer moest gaan uitleggen dat ik het niet pikte, aan een onervaren planner. De oorlogstrom viel stil. Ik had binnen twee minuutjes het ‘foutje’ - één insert die er nu opeens wel tussen paste - rechtgetrokken en het bestand teruggestuurd. Ja, wat je zegt, ik had dit, ik had dat, ik had nooit zus en nooit zo... Weet je hoeveel tijd dat me gekost zou hebben? Nou ja, ik heb er in ieder geval nog een ‘mooie’ anekdote aan overgehouden en vast ook een wereldrecord: na vier jaar!
Alweer meer dan een handjevol jaren geleden betrad dé big dog uit stromersland de markt in Nederland (do the idiot math). Als er ook maar iets van tekst in beeld verscheen, moesten we naar het plafond liften. Helaas kwam het ook voor dat er tekst boven in beeld verscheen. Dan moesten we toch liften. De gelifte ondertitel dekte vervolgens de tekst bovenin prachtig af. Tja, ondanks al onze bezwaren hebben ze er zeker een half jaar over gedaan om tot het goede inzicht te komen.
Dezelfde dader dwong ons de KNP te allen tijde te volgen. Ook als die wemelde van de taalfouten. Zo heb ik ooit ‘Vulcanische Tafel Berg’ in een ondertitel op moeten nemen. Nog te belazerd geweest om het even voor ons door de spellingscontrole te halen.
Je hebt toch wel meteen gespot dat vulcanische met een K moet? Tuurlijk. En dat Tafelberg dus één woord vormt? Ook tuurlijk. En dat het alleen met een hoofdletter moet als Tafelberg een eigennaam is? Ook tuurlijk. Om nog maar te zwijgen van de eventuele hoofdletter bij v/Vulkanische als het deel uitmaakt
van… Afijn. In de volgende versie wellicht meer. Genoeg de irritante betweterige taalneuroot uitgehangen.
In m’n misdaadprogramma verscheen er pontificaal een gebouw in beeld met daarop een grote X. Geen idee waarom die letter daar stond, maar dat was totaal irrelevant. Maar tegelijk verscheen er in de template een ondertitel in beeld met daarin opgenomen: X. Die bleef vier seconden staan. Ik spoelde het terug en speelde het nog eens af. Daar was ie weer. Ik zette het stil en zat er eerlijk gezegd een paar minuten ontredderd naar te staren. Daarna kwam ik tot het ontnuchterende besef dat sommige diepere inzichten voor mij voor altijd te hoog gegrepen zouden zijn.
Voor taalneuzelaars:
In de pijplijn
- U of jij (nog steeds)
- Onvoltooide tijd versus voltooide tijd.
- Consecutio temporum
En dan wat dingen die eigenlijk niet specifiek met ondertitelen te maken hebben, maar waarover ik wel te vaak struikel:
Onnodige hoofdletters
Bezits-s, genitief
Het verdwijnende meervoud in de persoonsvorm
Opmerkingen, suggesties, verzoekjes? Ik wil er pertinent geen Poolse landdag van maken, maar ik put graag uit jullie kennis.
Comments