Over ondertiteling (1 van 2)
- Diederik Eekhout

- Jan 10
- 41 min read
Versie 002
Alles hiervan mag vermenigvuldigd, gepikt of aangehaald worden, zowel door personen als bedrijven. Wel graag even melden/vragen. Er mag echter niet als zelfstandig product aan verdiend worden. Doe sowieso aan bronvermelding: Diederik Eekhout, diederik.subtitles@gmail.com
Voorwoord:
In eerste instantie wilde ik dit werkje een naam geven als: de weet-wat-je-doet-en-waarom-je-het-doet-gids. Maar ja, dat leek me net iets te lang, al helemaal voor in een ondertitel. De kans is immers niet gering dat dit verfilmd gaat worden. Dus daarom maar gekozen voor Over ondertiteling. Daar kan je alle kanten mee op. Tips en trucs leek de lading niet echt te dekken. De Stijlgids zit ‘inpandig’ verderop. Twee docs ineen dus eigenlijk. Je kunt ze ook enigszins als losstaande delen zien. Er zal hier en daar wel wat overlap zijn. Ik kom bijvoorbeeld meerdere keren terug op Timing, zowel in het eerste gedeelte als in de Stijlgids. Ze hebben een iets afwijkende invalshoek. Arbitrair? Wie weet. Misschien pas ik het in een volgende versie aan. De ordening is ook nog niet helemaal oké.
Dit is pas versie 002. Dus ga niet klagen over wat er allemaal niet in staat. Ook van socialemediagezanik (door mij gedefinieerd als: niet goed gelezen, te weinig kennis, te snel reageren, te veel getettter), blijf ik liever gevrijwaard. Ik hou er maar een pessimistisch mensbeeld aan over.
Vooralsnog doe ik dit met veel plezier. Het is alleen wel heel veel werk. Want van het ene dingetjes komt het andere dingetje. En ons vak is nu eenmaal een vak van dingetjes. Van uitzonderingen, van net even niet of net juist wel, van snufje meer of minder.
Het zal je wellicht gaan opgevallen dat ik de nodige kritiek op bepaalde situaties in m’n vak zonder enige gêne oplepel. Maar dat laat onverlet dat ik dol op m’n beroep ben. Het is een prachtig vak, waarin bovendien veel mensen werkzaam zijn die echt hart hebben voor wat ze doen. Zowel onder ons ondertitelaars als bij de ondertitelbedrijven. Geen kwaad woord over die beroepsliefde.
Het is work in progress. Voel je je geroepen iets aan te dragen? Ik ga er geen Poolse landdag van maken, maar constructieve tips, voorstellen, bijdragen ontvang ik graag. Alle positieve reacties op m’n voorstel om dit te maken, heb ik zeer gewaardeerd.
Veel plezier ermee
Open copyright
Diederik Eekhout
OVER ONDERTITELING
met ‘inpandige’ stijlgids
Waarom?
Tja, misschien moet ik dan eerst even iets over mezelf vertellen. Al meer dan 30 jaar ondertitel ik voor de media. Ik heb tevens het nodige vertaald voor nasynchronisaties en voice-overs. Ook redigeer ik al zo’n 15 jaar ondertitels. Maar ondertitelen is toch wel m’n kernactiviteit. Ik heb intussen duizenden programma’s ondertiteld. In alle soorten en maten, voor allerlei platforms. Voor zo’n beetje alle zenders/streamers in Nederland en voor zo’n beetje alle ondertitelbedrijven, zeker alle grote. Ik heb de laatste jaren overwegend documentaires voor tv gedaan. Misschien wel omdat ik die het leukst vind om te doen en in de situatie verkeer dat ik ze voor het uitzoeken heb.
Sinds een jaar of 15 tot 20 zijn we in dit vak (en niet alleen dit vak) rucksichtslos onderworpen aan de race naar de bodem. Aangezien opleiden en redigeren veel geld kosten, is het mes erin gegaan. Salamitactiek met dikke plakken. Dat heeft ertoe geleid dat ondertitelopleidingen binnen de (internationale) bedrijven te vaak nagenoeg verdwenen zijn of te weinig prioriteit krijgen. Maar belangrijker nog, ook het consequent en langdurig redigeren van beginnende ondertitelaars heeft eraan moeten geloven en is voor een te groot deel verdwenen. Zeker bij grote internationale bedrijven. Een goede opleiding is natuurlijk belangrijk, maar als je wat langer meegaat dan besef je hoe relatief dat is in vergelijking met de (hopelijke doortimmerde) kennis die je gaandeweg bij de uitoefening van je beroep oppikt. Een opleiding, hoe goed ook, haalt het nu eenmaal niet bij een paar jaar lang consequent geredigeerd worden door vakmensen. Dan leer je het vak pas echt. Ja, vaak wel knarsetandend, maar het is een onovertroffen manier van kennisoverdracht. En dat is nou juist de makke. Die kennisoverdracht is voor een te groot deel stilgevallen. Daar betalen we nu aan alle kanten de prijs voor. Niet alleen in ons vak. Maar het doet te vaak pijn aan je ogen, aan je ondertitelaarsziel, wat je voorbij ziet flitsen aan ‘ondertitels’. Het gemiddelde niveau van de ondertiteling is bedroevend en te vaak zelfs tenenkrommend, wat betreft vertaling, taaltoepassing en ondertitelvaardigheid. De goede niet te na gesproken, uiteraard. Geloof me, je ziet ze gelukkig nog wel voorbijkomen.
Ik had me eigenlijk al verzoend met zuchten, wegkijken en schouderophalen. En met steeds minder tijd besteden aan eindredactiewerk. Want het kost te veel tijd in verhouding tot wat de bedrijven bereid zijn te betalen. Eigenlijk zou er een (flinke) opleidingscomponent in het redactietarief opgenomen moeten worden,
die dan na verloop van tijd afgeschaald zou kunnen worden, naarmate de ondertitelaar beter wordt. Maar kom daar maar eens om bij de (grote) ondertitelbedrijven. We mogen ze dan ook best een deel van de schuld geven wat betreft de teloorgang van het ondertitelvak. Maar laten we niet vergeten dat ook zij knijp zitten in de gespierde vuisten van de grote mediabedrijven. Ook zij zijn deels slachtoffer van de race naar de bodem. Ik weet dat ze het bij meerdere ondertitelbedrijven ook waardeloos vonden/vinden om hun ondertitelaars steeds uit te knijpen, om te dansen naar de pijpen van de internationale grootmachten die professionaliteit nu eenmaal zien als iets wat puur het financiële aspect dient. Maar ja, je blijft nu eenmaal onderworpen aan de regels van het keiharde spel. Dan is het sink or swim, ook met al je goede bedoelingen.
Misschien moeten we niet vergeten dat ook wij ondertitelaars ons steentje hebben bijgedragen. Wie van ons heeft de poot stijf gehouden bij weer een lager tarief? Wie heeft toen gezegd dat ie dan maar wat anders ging doen? Precies.
Nou goed, ik was dus vast van plan blijvend te parkeren in m’n comfortabele mopperhoekje, waar je jezelf nu eenmaal heerlijk gelijk kunt blijven geven. Tot ik steeds vaker stuitte op jonge/nieuwe/onervaren collega’s die er tot hun ergernis achter kwamen dat ze toch best veel basiskennis ontbeerden. En wat voor mij een nog grotere rol speelde, was dat ze dat niet alleen vervelend vonden, maar eigenlijk ook graag wat meer kennis zouden opdoen. Maar hoe dan wel?
Je trekt niet even ergens een (betaalbare/gratis) ondertitelcursus of een handboek uit de muur. Nu is dit niet bedoeld als cursus of als handboek, maar wel als iets wat gaandeweg moet uitgroeien tot een bruikbare vorm van overdracht van kennis. Ik ga je ook geen in eeuwig beton gegoten specs aan de hand doen. Ik wil je proberen wat verdieping te bieden, opdat je dan een betere afweging kan maken. Want ook als je besluit voor afwijkende varianten op mijn richtlijnen te gaan, zou je er wat aan kunnen hebben. Je moet dan in ieder geval voor jezelf beredeneren waarom je ervan afwijkt.
Misschien is dit ook wel stiekem een vorm van boetedoening. Ik heb namelijk nogal vaak ongezouten kritiek op het professionele niveau van generaties na mijn generatie. Natuurlijk met name wat betreft ons vak, maar ook wat betreft andere vakken, zoals de journalistiek. Maar ik ben me er terdege van bewust dat m’n verwijten eigenlijk impliciete verwijten zijn aan mijn generatie en aan die ervoor. Nee, ik ben geen boomer. Bijna wel. Wij hebben de situatie of zelf gecreëerd of gewoon laten ontstaan. Onderwijs als verdienmodel en bezuiniging op doorgifte van kennis in de fase na de opleidingen (want te duur) zijn dodelijke factoren voor een hoog beroepsniveau. Hopelijk kan ik hiermee een steentje bijdragen aan het optrekken van het niveau, dat van beginners, van nog
niet al te ervaren collega’s, van ervaren collega’s en zelfs van ondertitelcracks. Ik ga er zelf geheid ook wat van opsteken. Want ons vak is er nu eenmaal een
van blijven leren, van uitzonderingen en van onverwachte, verduivelde hiaten in je kennis.
Ten overvloede wellicht, maar voor er misverstanden over ontstaan: ik ga het hier hebben over subtitles en niet over captions, dus niet over ondertiteling voor doven en slechthorenden. Al zal het nodige hiervan ook daarbij bruikbaar zijn.
Met dank aan al die redacteurs die me talloze malen het bloed onder de ondertitelnagels vandaan hebben gehaald, meestal terecht. Met dank aan het handjevol stijlgidsen van collega’s dat ik verslonden heb.
Startstreep
Ooit was het zo dat uitzendklanten zich veelal lieten leiden door de vakkundigheid bij de professionele bedrijven wat betreft de totstandkoming van ondertiteling. Dan heb ik het niet zozeer over de puur technische kant van ondertiteling, maar wel over de ondertiteltechnische en talige kant van ondertiteling. Hoe snel kunnen volwassen en kinderen lezen, hoe dient een ondertitel eruit te zien, wat gaat door voor correct/gangbare Nederlands, etc. Bij de (grote) ondertitelbedrijven, die elkaar qua vakkundigheid niet veel ontliepen, bestond een hoge mate van eenvormigheid wat betreft de uitgangspunten van ondertiteling. Maar dat is in de afgelopen 15 tot 20 jaar gaandeweg flink verschoven. De omroepwereld veranderde, er kwamen commerciële partijen, er kwamen grote buitenlandse spelers, versnipperde marktjes werden een mondiaal marktplein. Die verschuiving van macht ging ten koste van de gevestigde ondertitelbedrijven, en getrapt dus ook ten koste van ons. Het hield ook in dat die grote spelers vaak alles en iedereen ‘in de lijn’ gingen vertellen hoe dingen aangepakt dienden te worden. Deels misschien terecht – zij waren immers de wereld aan het veroveren – maar deels ook volstrekt onterecht, omdat ze zich rechtstreeks gingen bemoeien ons werk, waar ze nauwelijks verstand van hadden (hebben). Maar ja, wie betaalt, bepaalt. En dat deden ze dan ook.
Kort en goed: alles wat ik je hierna probeer over te brengen is complete onzin als de klant (ondertitelbedrijf of uitzendklant) het anders wil. Zelfs als het compleet waanzinnig is wat die klant wil. Geloof me, als je lang genoeg meegaat, dan ga je het meemaken. Neem dit dan ook ter harte en probeer je er niet al te veel aan te ergeren, anders kan je maar beter wat anders gaan doen. Let wel, ondanks deze ietwat irritante realitycheck ga ik proberen over te brengen hoe het idealiter ook zou kunnen. Laten we het ‘gezond ondertitelverstand’ noemen. Daar bestaat overigens niet maar één variant van. Je zal het me nog vaak ‘horen’ zeggen, er zijn meerdere – niet vele – wegen die naar ondertitel-Rome leiden.
Volgende puntje nog voor de aftrap: sommige mensen lijken te denken dat ons
vak een kunstvorm is. Maar dat is baarlijke (heerlijk woord om even erin te frommelen) nonsens. Kunst is vrij. Wij dienen de eindklant of het ondertitelbedrijf, maar bovenal de kijker. Overigens snap ik wel wat er bedoeld wordt. Ons vak is soms een hele kunst, heel kunstig, maar slechts in heel uitzonderlijke gevallen – vrije, nieuwe vertaling van poëzie bijvoorbeeld – iets wat in de buurt komt van kunst. Daar zullen weinigen van ons ooit mee te maken krijgen. In plaats van daarmee te koketteren kun je je beter richten op kilometers maken. Ze zeggen weleens dat je zo’n 10.000 hoogwaardige beroepsuren in je professionele rugzak moet hebben voor je ergens echt goed in wordt. Zonder in een discussie te willen belanden over het exacte aantal uren, is het wel iets waar ik in grote lijnen in geloof. En nogmaals, dat is onmogelijk
zonder vakkundige doorgifte van vakkennis. Of deze poging van mij daaronder valt, dat laat ik uiteindelijk geheel aan jou over.
Oké, de ondertitel. Je kunt op allerlei plekken vinden wat een ondertitel precies is. In grote lijnen kom het uit op zoiets als: getimede tekst die dient ter
verduidelijking van wat er te horen of te zien is op je scherm. Maar hier geen polemiek over een juiste definitie tot drie cijfers achter de verbale komma. Het
is allemaal formele uitleg, terwijl ik er nou juist liever wat dieper op inga. Als je dat doet, dan kom je uit bij het feit dat een ondertitel in wezen een storend element is. Ja, je leest het goed. Maar slechts weinigen van ons zullen meemaken dat ze aan een product gaan werken wat gemaakt is met ondertitels in gedachte. Al zie je hier en daar weleens een wat rommelige poging die verraadt dat ze er een ietsepietsie aan gedacht hebben dat er ook nog ondertitels onder moeten. Maar wij ondertitelaars voegen in wezen uit noodzaak iets toe wat er eigenlijk helemaal niet in hoort.
Een ondertitel vergt nu eenmaal tijd om te lezen en haalt zo aandacht weg bij datgene wat zich afspeelt op het scherm, waar het eigenlijk om gaat. Als het visuele product – de film, serie of wat dan ook – zich voltrekt in je eigen taal, dan gebruik je je oren om te luisteren en je ogen om te kijken. Dat gaat prima, want dat doen we de hele dag in het leven. Maar bij ondertitelde programma’s moet je luisteren, kijken en ook nog eens lezen. Dat is een trucje dat enige oefening vergt. Vandaar dat ze in landen waar weinig of geen ondertitels gebruikt worden een bloedhekel aan ondertiteling hebben. Het is keihard werken voor ze. Een groot deel van het programma zal het ongeoefende ondertiteloog ontgaan. Men zegt dan ook weleens dat ondertitels als ninja’s moeten zijn: als ze je opvallen dan zijn ze waardeloos. Dat is leuk gevonden, heel raak, maar voor
iemand die niet gewend is aan ondertitels zijn ze, hoe goed ook, meer een
bestorming van je breinbastille. Nou ja, kort en goed: een ondertitel is in
essentie een hinderlijk element, dat zo onopgemerkt en functioneel mogelijk z’n rol moet vervullen.
Oké, door naar de volgende horde: begrippen/vaktermen. Even een lijstje doornemen van vaktermen die ik ga hanteren en waarover nogal eens wat misverstanden bestaan.
First
Een ondertitelklus waarvoor geen template/spotting beschikbaar is. Je moet dus tijdcodes en vertaling invoeren. Je bent ‘de eerste’ die eraan werkt. Vandaar de
term first. Mogelijk wordt je werk als template gebruikt voor volgende vertalers, dat heet dan ook wel:
Second
Ondertitelklus op basis van een template/spotting. Je bent als het ware de tweede (second) die eraan werkt.
Karakters/posities
Ik spreek eigenlijk al m'n hele carrière over karakters (characters), net als veel mensen in de branche, terwijl het eigenlijk over posities zou moeten gaan. Vaak tellen de spaties ook mee. Een dingetje om te onthouden.
De spotting/template
Een visueel product (film, tv-programma, internetvideo, wat dan ook) is dan met behulp van software getimed en opgedeeld in ondertitels, (deels) automatisch of gewoon door vlees en bloed. Het eindproduct kan een bestandje zijn dat alleen tijdcodes bevat, en dus geen ondertiteltekst. Het kan ook zijn dat de oorspronkelijke tekst in de oorspronkelijke taal erin opgenomen is, in z’n geheel (als een soort script) of aangepast voor twee regels. Zo was het vroeger meestal. (Niet heel vroeger, want toen deden we niks met templates, alles werd als first ingeklopt) De template is sinds een jaar of 15 dominant in de markt. Denk ik zo. Correct me if I am wrong, old war horses.
Tegenwoordig bevat de spotting meestal Engels, als oorspronkelijke taal of als tussentaal. In het laatste geval is er vanuit de brontaal naar het Engels getussentaald door een mens (nog wel). Het gebeurt nu steeds vaker dat die tussentaal door middel van Machine Translation (MT) naar de doeltaal/eindtaal vertaald is. Het is dan aan ons om die definitief te lokaliseren naar een eindproduct. Door de vertaling (deels) opnieuw te doen, op te lappen of goed te keuren, al naar gelang de kwaliteit. Later meer over MT.
Het eindproduct wordt opgeslagen in een ondertitelformat, zoals pac of stl of srt. Er zijn akelig veel ondertitelformats. De betere software kent de voornaamste,
maar dat is geen zekerheid. Vaak is het een kwestie van rechten, en dus van poen. Mocht je op een obscuur format stuiten waarmee je iets moet, maar niks kunt, zoek dan op internet naar Subtitle Edit. Het is freeware. Dat programma kent veel formats en is gratis. Het is tevens een leuk programma om mee te oefenen. Maar voor professioneel gebruik schiet het behoorlijk tekort.
Shot/scene/sequence (shot/scène/sequentie)
Nu is het oppassen geblazen. Hierbij is vaak sprake van misverstanden, omdat
men niet goed lijkt te begrijpen wat (met name) een scène is. Een scène
kenmerkt zich door eenheid van tijd en plaats en zal bestaan uit één of meerdere shots.
Lees het volgende aandachtig door en probeer het goed te doorgronden. Je gaat er nog discussies over krijgen. En ik nog heel veel mail/berichten.
Een shot/take is een aaneengesloten registratie door een camera. De lengte doet
er niet toe. Al duurt het de hele film – ja, die films bestaan – dan nog is het één shot. Maar hoogstwaarschijnlijk niet één scène. In de tv-wereld kan het shot beëindigd worden door over te schakelen naar een andere camera, in de filmwereld (of onlinewereld) wordt die uiteindelijke beëindiging op de ‘snijtafel’ gedaan of door de take te beëindigen. Zo’n overgang noemen we een shot cut.
Voorbeeld: Henk en Ingrid hebben slaande ruzie in de keuken en staan te slabekken, uiteraard. Elke keer dat we qua beeld overgaan van Henk naar Ingrid of andersom – met onderbreking van het shot, dus niet door te pannen - is er sprake van een shot cut. Ook als we tussendoor even een totaalbeeld van de keuken te zien krijgen, is er sprake van een shot cut. Het geheel is echter nog steeds één scène.
Scène. Als Ingrid echter boos wegloopt uit de keuken naar de gang en daar in beeld genomen wordt, dan is er sprake van een scene cut. Immers, de eenheid van tijd en plaats is verbroken. Maar de deur staat gewoon open en ze blijven ruziemaken. Ingrid ietsje verderop in de gang en Henk in de keuken. Elke keer dat er nu op beeld overgegaan wordt van Henk naar Ingrid of andersom is er sprake van een shot cut die tevens een scene cut is. Want de eenheid van plaats is verbroken. Maar deze scènes behoren echter wel allemaal tot dezelfde sequentie. En nu komt de truc, voor ons als ondertitelaars: er is werkelijk geen reden te bedenken om bij zo’n shot cut, die tevens formeel een scene cut is, maar wel binnen dezelfde sequentie valt, om rigide op de overgang te timen.
Even terug naar de situatie tussen Henk en Ingrid hierboven. Ik ga er voor de duidelijkheid even van uit dat er sprake is van razendsnelle shot cuts (en dus scene cuts, want ze bevinden zich in andere ruimtes). Nu kan je verkrampt op die shot cuts/scene cuts gaan zitten timen, maar dat is nergens voor nodig. Het is
actie-reactie-actie-reactie-actie-reactie etc. Als je daarin mee moet gaan, dan krijg je een lange rits van ondertitels van bijvoorbeeld zo’n 22 beeldjes per seconde, waarin tegenwoordig overigens tig karakters geperst mogen worden. Hijg, hijg, puf, puf, fijn kijken.
Maar het is eigenlijk nergens voor nodig. In zo’n sequentie kan je prima twee
sprekers samenvoegen, als dat je ruimte/tijd verschaft. Je kan dan rustig over een shot cut/scene cut heen gaan met een ondertitel. De personen bevinden zich
dicht bij elkaar, er is continuïteit van gesprek, ze komen uit dezelfde scène
voort, het is glashelder voor de kijker. Berg gerust je ondertitelmachinegeweer op.
Ik vermoed dat de misvatting ooit over is komen waaien uit de oertijd van de ondertiteling, toen dialogen – over het algemeen – veel rustiger waren en de montage zeer zeker veel minder hysterisch was. Toen kon je meegaan met de
montage omdat die meestal de kijker niet buiten adem meesleurde. Tegenwoordig vliegen de teksten je om de oren en vindt er van alles tegelijk plaats op het scherm. Dus ga niet dwangmatig mee met de cuts als ze binnen één sequentie vallen. Neem de ruimte/tijd en dien zo de kwaliteit van je ondertitel.
Een shot cut overgaan met je ondertitel binnen een scène: geen enkel probleem. Een scene cut overgaan binnen een (duidelijke) sequentie: geen enkel probleem.
Een cut overschrijden die het einde van een sequentie inhoudt: niet doen. Dan maar weglaten, of – dat doe ik meestal – gewoon smokkelen met de in-tijd. Ietsje naar voren halen als dat nodig is qua tijd.
Dan de dikke, vette kanttekening. Je zat al te popelen, je wilde het al zeggen.
Tja, ik hoef geen namen te noemen, je weet vast al dat enkele grote spelers in ondertitelland hier niet aan willen en zich hier niet aan houden. Vandaar dat we tegenwoordig vaak scheepsladingen aan voorbijflitsende ondertitels zien. Ik heb weleens medelijden met mensen die de brontaal niet of nauwelijks beheersen en
die tijdens flitsende actiefilms ook nog eens van die voorbijflitsende ondertitels moeten lezen.
Maar goed, in de ideale ondertitelwereld pakken we dat dus anders aan. Het was ook vroeger bij veel tv-zenders helemaal geen punt. Soms hier en daar nog
steeds niet. Maar zoals al gezegd, wil ik je wat extra inzicht bieden, wellicht wat extra gereedschap, voor als je ooit, mogelijk, misschien, wie weet gebruik van mag maken. Intussen hou je je natuurlijk aan de spelregels van je opdrachtgever:
ondertitelbedrijf of eindklant. Je gaat het me nog vaak horen zeggen.
Sequence/sequentie. Onthoud goed dat dit opvolgende scenes zijn die in direct
narratief verband staan met elkaar. Er is dan sprake van eenheid van plaats OF tijd.
Terug naar ons voorbeeld: Ingrid is het zat. Ze beent boos door de gang richting voordeur, rukt hem open en stapt (vanuit het zelfde shot gezien) naar buiten. De
deur valt achter haar dicht.
Einde shot, einde scène, einde sequence:
Nieuwe scène/sequentie: Ingrid komt met duidelijke wallen onder haar ogen
’s ochtends op haar werk naar binnen lopen, haar gezicht op onweer.
Waar kom jij zo laat vandaan, Ingrid?
-Ik heb bij m’n moeder geslapen.
Soms stuit je op programma’s - in docu’s zie je het vaak - waarin iemand in een
interviewsetting over een voorval vertelt. Ik pak er ter verduidelijking een misdaaddocu bij: een agent vertelt gezeten op een stoel op het politiebureau hoe hij bij een brand geroepen werd en daar ook tijdens het blussen ter plekke bleef. De agent geeft tijdens het interview aan dat twee brandweerlieden bij het nablussen opeens iets opvallends zagen.
Scene cut naar de plek van de brand. Al dan niet nagespeeld zien we twee brandweerlieden onderzoekend kijken naar iets tussen de verkoolde resten. Het zou een ontstekingsmechanisme geweest kunnen zijn. Er is dan geen eenheid meer van tijd of plaats. Ook de personen die je ziet, zijn nieuw/onbekend. Maar het zijn duidelijk de genoemde brandweerlieden. Er is dan wel sprake van een
scene cut en formeel ook een sequence cut, maar er is zo’n overduidelijk narratief verband dat het bij zulke programma’s heel verdedigbaar is om de hand (ietwat) te lichten met de geldende regel. Als je echt tijd/ruimte tekort komt om goed weer te geven wat de geïnterviewde agent zei, dan kan je inhoud en relevantie absoluut voor laten gaan op de regel dat je niet met je ondertitel over bepaalde cuts heen gaat. Als de stem van een spreker (een verteller of in dit geval de agent) er ook zelf overheen gaat, dan is er helemaal geen probleem. De regisseur is je dan voorgegaan.
Het mag duidelijk zijn dat er vaak in docu’s een veel groter narratief verband is tussen scènes/sequenties. Bijvoorbeeld een presentator/verteller die in een voormalig atelier van een legendarisch barokschilder staat te vertellen over de moeizame totstandkoming van het meesterwerk van de schilder. Als er dan een overgang komt naar het museum waar het kunstwerk in kwestie hangt, dan moet je daar natuurlijk niet van terugschrikken. Zelfs als je het stukje met de presentator zou vervangen door een stukje nagespeelde zielenpijn aan de kant van de kunstenaar, dan nog is het narratief verband zo groot dat je ervoor kan kiezen – indien je knijp zit – om ondertitelinhoud voor te laten gaan op ondertitelvorm. Geen probleem. Liever geen kreupele weergave van wat gezegd is ten behoeve van een ondertitelregeltje. Weeg dit goed af en hou rekening – daar is ie weer – met de specs van je klant, hoe zinnig of onzinnig dan ook.
Sinds een jaar of vijftien is het met name in series en films nogal in om (stem)geluiden over sequence cuts heen te laten lopen. Om een soort continuïteit
te suggereren. Ga dan niet roomser dan de paus doen. Ga erin mee. De regisseur heeft het zo bedoeld. Stuit je dan op een template die (uiteraard) wel op zowat
elke mogelijke cut getimed is, dan… Ach, wat was het ook alweer? Iets met klant en specs.
De trigger
Het is een begrip dat ik gebruik om iets aan te duiden wat tot een ondertitel aanzet.
Oké, wanneer is er dan sprake van zo’n trigger? Nou, de templates waar ik mee
geconfronteerd word, lijken vaak door een hersenloze gespot te zijn (of door
iemand die door de race naar de bodem voortgegeseld is). Dus waar de makers van templates hun triggers vandaan halen? Nou ja, het heeft vast iets te maken met geluidspieken en vooral cuts. Die zijn hoorbaar en zichtbaar voor software, wel zo fijn. Ergens wordt er ook nog een snufje mens aan toegevoegd. Maar niet al te veel. Dat gaat maar te veel kosten.
Hoe dan ook, laat ik het meteen maar even scherp stellen: een cut is NOOIT de trigger van een ondertitel. Ja, ik weet het, daar lijkt het anders veel te vaak wel op. Dat is zo, helaas. Maar het is nu eenmaal zo dat de aandacht van de kijker nooit naar de ondertitelplek gaat als er een cut te zien is geweest (en al helemaal niet als die nog moet komen). De aandacht van die kijker gaat naar de ondertitelplek als men spraak hoort of (onbegrijpelijke) tekst in beeld ziet. Dan moet de ondertitel er staan (over deze timing later meer). Dat dit moment naar voren of achteren getrokken wordt omdat er een cut vlakbij zit, is weer een ander verhaal. Ooit had dat een technische reden – een cut en een ondertitel die
vlak na elkaar erin of eruit floepten, dat kon trillingen in beeld geven – maar dat
is al lang niet meer het geval. Technisch-visueel gezien is dat geen reden meer.
Wel kan je stellen dat het rustiger kijkt als de ondertitel-in of de ondertitel-uit
min of meer gelijk valt met een cut. Dat is waar.
Wat tegelijk een krankzinnig argument in tijden van voorbijflitsende ondertitels en ultrakorte shots en scènes lijkt. Hoezo rustig? Oké, nu niet mezelf gaan tegenspreken.
Goed, het is dus verdedigbaar om een ondertitel iets te verschuiven, om netjes
samen te laten vallen met een cut (het hoeft overigens niet). Maar de cut is dus niet de trigger.
Let daarbij wel op dat je geen clou verraadt, voor die eigenlijk verteld is of
iets soortgelijks. Zelf vind ik het nogal irritant als al in de ondertitel verschijnt wie de dader is, nog voor het gezegd is. Maar misschien is dat een persoonlijk dingetje.
Timing
Onder invloed van commerciële zwaargewichten is de timing van ondertitels de afgelopen - pak ‘m beet - 15 jaar enorm veranderd. Ik heb het net al even gehad
over het hysterisch timen op shotcuts. Meestal volkomen overbodig, maar om de een of andere reden is het bij de big dogs in onze branche tot dwangbuis-usance
verworden. Maar ook bij de timing van een ondertitel die losstaat van een cut
krijgen we te maken met deze (m.i.) ongefundeerde dwang. Ergens is ooit
ingedaald dat de ondertitel net zo lang mag/moet duren als de gesproken tekst. Ook dit lijkt er met name in gedreund door de foreign big dogs in uitzendland.
Voornamelijk uit de VS. Want ja, zeg nou zelf, nergens hebben ze meer verstand van ondertiteling dan in de VS.
Ik heb net weer een op zich prima ondertitelde natuurdocumentaire gekeken waarin dezelfde dwangbuis gehanteerd werd. Bijna alle bijvoeglijke naamwoorden vielen af. Zowat alle verbale opsmuk vergde te veel tijd om in de
ondertitel te passen. Op zich was het slow tv, maar de voice-over had er wel een flink tempo in. Dus een zin als ‘the nimble creature raced off’ verwerd tot ‘het diertje snelde weg’. Er was visueel geen enkele reden om de ondertitel af te kappen. Zucht. Ik vind het getuigen van ongelooflijk dedain jegens de makers van programma’s. Ze hebben geprobeerd beeld, geluid en tekst te combineren tot iets moois. Maar dan meent er ergens een tussenklant of eindklant dat de ondertitels in dobbelsteentjes geserveerd moeten worden. Ik vind het echt netnix. Wij zouden de kijker moeten dienen, wellicht ook de maker, maar zeker niet a priori de (eigen)waan van de klant. Maar ja, wie betaalt, bepaalt - dat had ik vast nog niet gezegd. Maar een verstandige klant zal ook zeker inzien dat je beter de professionals het voortouw kunt laten nemen.
Het zou overigens een volstrekt onhoudbare regel zijn geweest als niet meteen de specs gigantisch verruimd waren. Je kunt je als ondertitelaar eenvoudigweg niet beperken tot de lengte van de uitgesproken tekst als je met specs moet werken als 37 cpl en 10 cps. Geloof me, ik heb er lang genoeg mee gewerkt, soms zelfs met nog scherpere specs. Ook in de tijd dat de dialogen je om de oren begonnen te vliegen. Het was dan vaak kunst- en vliegwerk. En uitloop was dan ook een onmisbaar instrument, als het tenminste kon. Zo niet dan was het nog veel meer van de botte bijl en de vlijmscherpe scalpel.
Maar goed, steeds vaker krijg je een template onder je neus geduwd die nu eenmaal zo hyper getimed is. Dan ga je natuurlijk niet alle tijdcodes aan zitten passen, als dat al zou mogen. Maar het is totaal geen gulden regel dat ondertitels zo getimed moeten worden. Al helemaal niet in landen als Nederland en de Scandinavische landen. Ik weet/wist niet beter dan dat een ondertitel gerust wat
langer mocht duren dan de uitgesproken tekst, als dat maar de kwaliteit ten
goede kwam. Zoals al gezegd, kon het eigenlijk ook vaak niet anders bij de
specs die wij toen moesten hanteren. Eigenlijk geldt bij de ‘gewone’ timing
hetzelfde argument als bij timing op shot cuts. Aarzel niet om eroverheen te gaan, om wat meer tijd te nemen, als dat positief uitpakt voor je ondertitel. Hou daarbij wel in gedachte of het om shots, scènes of sequenties gaat. En hou
bovenal in de gaten of het mag van de opdrachtgever. Maar hou stiekem in
je achterhoofd – als een ondertitelguerrilla in een woud van woekerend onbegrip en nauwelijks onderbouwde specs - dat mensen ondertitels moeten lezen, iets wat simpelweg meer tijd vergt dan tekst aanhoren. Dus als je helemaal zelf achter het specs-stuur mag plaatsnemen…
Ik had het net dus over wat nou een ondertitel triggert. Nu even over de ‘tussentrigger’. Ja, ik verzin termen waar je bij zit. Maar om het in het Dunglish
te zeggen: Beer met me, humeur me. Het heeft een functie.
Ik gebruik de term tussentrigger voor de opvolgende ondertitel(s).
Henk gaat aan het mansplainen tegen die arme Ingrid. Hij is van wal gestoken.
De eerste ondertitel loopt. Wanneer zet je nou de volgende erin? Cuts spelen even geen rol. We kennen Henk natuurlijk als een doordrammer, maar ook Henk moet ademhalen. Ook Henk praat in een ritme dat bepaald wordt door de samenstelling van z’n zinnen.
Ik zeg het je nogmaals, ik pik het niet meer, Ingrid. Groen, geel, paars, al die pruiken die je draagt… Ik trek het niet meer. Je lijkt Geert wel, maar dan de regenboogvariant.
Draag de zin rustig voor en je hoort de pauzes. Ja, je ziet ze ook. Mensen plaatsen niet alleen leestekens in teksten, ze spreken ze ook uit. Ze pauzeren soms. Dat zijn voor ons potentiële tussentriggers. Plekken om een nieuwe ondertitel te droppen.
Op zich appeltje-eitje. Maar ik leg er nogal wat nadruk op omdat er zo veel
gespot/getimed wordt op cuts. Daardoor kan je in de war raken, omdat veel te vaak in de template de tekst door weer een briljante templatemaker
gesynchroniseerd is met het beeld. Dan is het bijvoorbeeld zo opgedeeld in je
template:
He had this strange blue car, with…
(cut, en dus volgende ondertitel)
…hubcaps in four different colors.
Dat wordt voor ons (als we ons vak verstaan):
Hij had zo’n rare blauwe auto…
(cut)
…met wieldoppen in vier verschillende kleuren.
We breken hier dus de tekst asynchroon met het beeld en het stemgeluid af, om
strakke, soepele leesbaarheid te houden. Denk erom, we zijn geen ondertitels voor doven/slechthorenden aan het maken. Daarbij kan het van belang zijn om een eigenaardigheid in spraak, bijvoorbeeld een hapering, weer te geven. Ook kan het dan van belang zijn in verband met de bewegingen van de mond om
exact synchroon mee te gaan met wanneer iets uitgesproken wordt. Maar dat geldt dus niet voor ons.
Denk erom, de regisseur zal vaak een puur filmische reden hebben om op een
bepaald moment een cut in te voegen. En zoals al gezegd, de ondertitel is nagenoeg nooit meegenomen in die filmische overwegingen, dus hou je eigen professionaliteit aan. Natuurlijk wil je wel enigszins meebewegen met ‘het register van de film’, maar nogmaals, wij dienen nu eenmaal een andere meester: de kijker, die zo moeiteloos mogelijk meegenomen wil worden met het hele verhaal. Als je je daaraan houdt, dan doe je uiteindelijk de maker van het visuele product er ook het grootste plezier mee.
Interval/Tussentijd
De interval is de ruimte tussen de uit-tijd van een ondertitel en de in-tijd van de volgende, die het systeem nodig heeft om van ondertitel te wisselen.
Je zal er ongetwijfeld nog meer variatie in hebben, maar wat ik heb meegemaakt van één beeldje tot en met zes. Het wordt bepaalt door de techniek. Je zal er nauwelijks weet van hebben als je op een portal (site) of met een app van een
ondertitelbedrijf of een uitzendklant werkt. Het wordt dan automatisch geregeld.
Als je met eigen software voor een (directe) klant werkt, zal je er goed op moeten letten dat je deze waarde goed navraagt en instelt, wil je voorkomen dat je klant gaat steigeren en je het naderhand alsnog moet gaan rechtzetten, ongetwijfeld met gierende haast.
Hou in de gaten dat de interval echt iets anders is dan de tussentijd. De interval is een puur technisch instelling. De tussentijd is het gat dat uiteindelijk tussen twee ondertitels ontstaat. Ooit was het not done om een tussentijd van minder dan één seconde te laten bestaan. Dan moest je de ondertitels naar elkaar toe trekken. Bumper aan bumper zogezegd. De uit-tijd werd dan (meestal)verlengd tot aan de volgende in-tijd. De uit-tijd is immers meestal rekbaarder zonder dat het gaat storen. In veel templates die de internationale reuzen bij ons afleveren, is van het naar elkaar toe halen van ondertitels die te korte tussenruimte
vertonen vaak geen sprake, zelfs niet als ze er officieel regeltjes voor hebben. De tussentijd lijkt bij hen dan grotendeels een ‘restwaarde’: dat wat er toevallig
overblijft als de techniek of de templatemakers erop losgelaten zijn. Wat me wel
bevreemdt, omdat je toch zou zeggen dat het softwarematig makkelijk te verwezenlijken valt om bij een te korte tussentijd de ondertitels naar haar toe te
halen. Maar goed, in de peilloze duistere diepten van de internationale ondertitelbedrijven wil ik liever niet te lang staren. The abyss!
Feit blijft dat een ondertitel er in templates nu vaak uit knalt als iemand klaar is met praten, waarna de volgende erin knalt als er weer iets gezegd wordt. Zo ontstaat dan die toevallige tussentijd. En ja, zoals al gezegd, hebben sommige klanten er iets over bepaald in hun specs. Maar als ik een euro gekregen had voor de keren dat er in de template toch geen rekening met de eigen specs
gehouden was… Zo heb ik vreemd genoeg toch echt meerdere malen via tussenbedrijven klussen gedaan voor – laten we zeggen – Netnix, die ‘wel aan de Netnix-regels moesten voldoen, maar toch ook weer niet zo heel erg’. Tja, de twilightzone van regeltjes. Helder in al z’n vaagheid.
Hoe dan ook, als ze je zo’n template met rommelige tussentijden aanleveren: afblijven, tot ze je extra gaan betalen (dream on) of jij zozeer van je beroepsliefde genezen bent dat je het niet eens meer ziet en er niet om maalt. Ja, ik geef het toe, ik ben er zelf ook nog met enige regelmaat voor in behandeling bij een ondertitelpsychiater, om te leren de lat niet hoger te leggen dan je opdrachtgever zelf.
Zelf heb ik die ene seconde tussenruimte overigens altijd erg lang gevonden, die ooit alom als norm gebruikt werd om ondertitels dan maar op elkaar te laten aansluiten. En in de huidige tijd, waarin er door verhaasting minstens twee seconden in elke seconde passen, lijkt het me al helemaal erg lang.
Maar goed, valt er dan iets zinnig te zeggen over de tussentijd, even los van de verplichte specs van een klant? Ik meen van wel. Voor mij is het simpel: ik heb een hekel aan tussenruimte die op een haperende (opgerekte) interval lijkt, een soort stotter. Dat knarst bij mij. Hou een halve seconde aan en je zit wat mij betreft goed. Begint de volgende ondertitel al binnen die halve seconde, dan merge je. Anders niet. Waarbij ik natuurlijk eventuele andere spelregels, over cuts bijvoorbeeld, even buiten beschouwing laat.
Ja, die halve seconde is arbitrair. Noem het gevoel, noem het ervaring (noem het quatsch), maar het geldt voor veel dingen die ik hier probeer over te brengen (behalve dat van die quatsch natuurlijk): beginselen leren, veel kilometers maken, snappen wat je doet, mettertijd op je gevoel en ervaring durven afgaan. Ooit kan je er dan misschien ook zoiets als dit over schrijven en net als ik met een stalen gezicht doen of het allemaal nog steeds parate kennis is en je niet regelmatig bij jezelf denkt: Verrek, hoe zat dat ook alweer?
Cpl en cps
Characters per line en characters per second.
Misschien weet je al dat deze twee er in vele ‘smaken’ zijn. Deels bepaald door
de techniek, deels door de voorkeur van de klant/opdrachtgever. Zo kan het voor
een grote marktpartij interessant zijn om heel ruime specs te hanteren.
Bijvoorbeeld 17 cps en 42 cpl. Waarvan iedere ervaren ondertitelaar intussen al zal weten dat nog hogere getallen geen uitzonderingen meer zijn, helaas.
Maar vanwaar die soms idiote buiten-ademwaardes? Nou, omdat het dan relatief makkelijk is om ondertitels te maken. Je hoeft dan veel minder vaak in te
dikken, om te vormen, te herformuleren en je ondertitelhersens te laten kraken. Ach, wat hartstikke lief van die grote marktpartijen dat ze dat voor ons doen:
ons het leven makkelijk maken. Die lieverds.
Of zou ik nou toch iets te naïef zijn? Zouden ze het misschien doen omdat het
het interessant voor ze is om de specs zoveel mogelijk op te rekken? Want hoe makkelijker ons vak, hoe meer mensen het kunnen, hoe minder last ze hebben van ‘mens-obstakels’, die zeuren over beschikbaarheid, over geld, over deadlines, over wat al niet. Hoe meer je er hebt, hoe meer je ze tegen elkaar kunt uitspelen. Elk bedrijf heeft het liefst zoveel mogelijk bedrijfsfactoren aan een touwtje. Begrijpelijk, vanuit hun optiek. Ik ben ook niet mordicus tegen (enige) marktwerking, maar ik ben wel mordicus tegen specs die vooral bepaald lijken door: kan de zeer vaardige lezer-kijker het nog net bijbenen?
Korte pauze, om even met m’n tanden te knarsen.
Voor ons betekenen de (soms) absurd ruime specs dat we veel meer vertaler zijn dan ondertitelaar. Als oude rot in docu’s in 36/37 cpl en 10/12 cps verbaas ik me het enige regelmaat over film- of serieklussen waar ik aan werk: zowat elke eerste vertaaloprisping van me past met gemak.
Degenen die gewend zijn om met 17 cps en 42 cpl of meer te werken, zullen
zich nog een rolberoerte schrikken als ze ooit aan de bak moeten met straffe instellingen en een onderwerp dat dieper gaat dan de sores van weer een
Kartrashian of het zoveelste huiswijf van WhateverCity. Al moet ik eerlijk toegeven dat je als ondertitelaar toch ook het nodige in huis moet hebben om bij zulke baggerprogramma’s toch nog tot een goede ondertiteling te komen. Een vak apart, met ook nog een bijkomende risicofactor: hersenverweking.
Valt er dan te zeggen wat de ‘beste’ waardes zijn voor cps, cpl? Dat is een lastige. Dat ‘beste’ heeft bovendien meebewogen met de tijd. Ondertitels zijn er al heel lang – de vader van deze bijna-boomer was er al op relatief jonge leeftijd mee bezig – maar hebben vooral een hoge vlucht genomen vanaf eind jaren ’60, begin jaren ’70, toen met name televisie een grote rol in ons leven ging spelen. We zijn in al die tijd gewend geraakt aan meer en ook snellere beelden op tv, in
de bios, op de computer, overal om ons heen. Een beetje kritische geest zou wellicht concluderen dat we onszelf prikkelgek aan het maken zijn, maar dat is weer een andere discussie. We gaan in elk geval totaal anders om met de visuele media in ons leven dan vroeger. Vandaar dat er vroeger dan ook heel andere
normen bestonden voor ‘goede ondertitels’. Soit. We zijn zeker bedrevener geraakt in het tot ons nemen van al die beelden en teksten. Maar of dat er nou
toe geleid heeft dat zoiets als 17 cps, 42 cpl en een minimum van 20 beeldjes het ideaal is? Ik heb daar zo m’n bedenkingen bij. Ik heb laatst weer zo’n klus gedaan. Ik schaamde me af en toe voor het dedain voor kijkers van alle
leeftijden dat eruit sprak. Flits, flits, flits. Temeer, ik zeg het nog maar eens, omdat het invoeren van zulke specs helemaal niet bepaald lijkt door wat nou
‘het beste’ is voor de kijker, maar vooral door het eigenbelang van de (eind)klant.
Het is zonder meer zo dat een erg korte ondertitel hier en daar best te pruimen is, maar dat het irritant begint te worden als het om veel ondertitels uit dat flitsmalletje gaat. Naar mijn mening gaat zoiets na verloop van tijd echt ‘stapelen’. Zeker in combinatie met snel gesneden beelden. Je wilt de kijker toch ook nog een beetje de kans bieden iets anders te zien dan voorbijflitsende ondertitellettertjes. Maar goed, wellicht is het de bijna-boomer die hier spreekt. Wellicht is het de niet-prikkeljunk die hier spreekt. Ik stuitte laatst op een vertaler – geen ondertitelaar – die er bij z’n vertaalwerk de gewoonte van maakte om er een NF-serietje bij te kijken. Zucht. Daar kan je zo je professionele bedenkingen bij hebben, lijkt me. Je kan er ook bij denken: mwah, slap dat hij er ook niet nog een shootertje op de PS5 bij speelt.
Maar goed, ik wil me wel wagen aan een educated guess over cps. Voor een goeie docu over de Tweede Wereldoorlog of over de populaire wetenschap achter klimaatverandering of iets dergelijks zou ik op een bandbreedte uitkomen van 13/14 cps. Voor een educatief programma voor kinderen ligt dat getal natuurlijk flink lager. Pak ‘m beet 10 cps. Wat overigens vroeger de
standaardnorm was voor volwassenen. Natuurlijk ligt het er bij kids wel aan hoe jong ze exact zijn.
Cpl wordt bepaald door de techniek. Maar omdat ik hier nu even mag kiezen, dan zou ik zeggen: max 40 cpl (en 14 cps dus), dat is goed te doen voor een beetje bedreven ondertitellezer. Voor de niet zo bedreven ondertitellezer – die ook niet al te veel van de brontaal meekrijgt – zijn ondertitels sowieso al te vaak een brug te ver geworden, vrees ik.
Zou kon ik lang geleden – nog voor opgefokt getimede ondertitels – meeluisteren met de oma van m’n vriendin. Oma fluisterde de ondertitels mee. Steevast kwam ze bij de wat langere ondertitels niet verder dan driekwart. Dat vond ik altijd bijzonder sneu – al hield ze stug vol. Wellicht dat ik daardoor wat gevoeliger ben voor de situatie van mensen die niet mee kunnen komen met de kopgroep of zelfs niet de voorkant van het peloton.
Gewist: sociaal-politieke tirade.
Minimale duur van ondertitel
Onder invloed van hullie die heul veul macht hebben en niet altijd erg veel kennis van zaken is er het nodige veranderd in ons vak. Echt niet allemaal slecht, zei hij diplomatiek, maar naar waarheid. Ik heb het net al gehad over cps en cpl. Die waardes konden best wat omhoog, vergeleken met vroeger. Daar zat zonder meer de nodige speelruimte. Maar zo veel als je nu te vaak ziet? Nee, en bij de minimumduur merken we ook weer dat het belang van de kijker niet
bepaald voorrang heeft gekregen. Bij de klus die ik laatst deed, en hierboven al even aanstipte, was de minimumduur 20 beeldjes. Je hoefde maar even niet op te letten of de ondertitel was al weg, of je zag er maar een flard van. Tja. Maar waar ik vooral over viel, was dat enkele zeer korte ondertitels ook nog eens naar
het plafond gelift waren. Dus de kijker hoort iets, kijkt naar de ondertitelhoogte, ziet dat er niks staat en verplaatst dan z’n blik naar boven, zoekend vanaf ondertitelhoogte tot het plafond. Dan is er al het nodige van die 20 beeldjes verstreken. Denk erom: de blik verplaatsen van de brede kijk op het gehele beeld naar de specifieke plek van de ondertitel kost de kijker al een paar beeldjes.
De kijker krijgt dan bij een heel korte, onverwacht gelifte ondertitel net een flitsje letters mee. Net genoeg misschien, als je een bedreven kijker bent. Nu is dat incidenteel niet zo’n probleem. Maar als het regelmatig voorkomt, tussen toch al opgefokte ondertitels, dan wordt het irritant hijgerig. Bovendien leest niet iedereen even snel en pikt niet iedereen evenveel Engels mee. Ik vind het al weer een schoffering van een deel van je kijkers. Maar misschien doen die kijkers er financieel niet zoveel toe. En misschien consumeren veel jongere kijkers simpelweg beelden anders en doet het er niet zoveel toe als je eens wat mist. Wie weet, ik vind toch al regelmatig dat ze het nodige missen.
(Invuloefening: ironie/cynisme/sarcasme/verzuring.)
Hoe dan ook, wat mij betreft is een minimumduur van minstens 1.04 seconden opgelegd. Zeker als de ondertitel zich opeens op een oneigenlijke plaats bevindt. Het benadrukt ook maar weer eens waarom we ‘springende/stuiterende ondertitels’ moeten proberen te voorkomen. Zoeken kost tijd.
De in-tijd of uit-tijd naar de cut toe verplaatsen (revisited)
Het kan als storend voor de blik van de kijker werken als je het verschijnen of verdwijnen van een ondertitel vlak bij een cut timet. Dan kan de kijker een soort
‘dubbele knip’ ervaren. Een cutzooi, noemt m’n concullega dat dan. Om dat te voorkomen kan je de in-tijd of de uit-tijd min of meer gelijk laten vallen met de
cut, zodat het als één verschijnsel ervaren wordt. De bijwerking is dan wel dat de ondertitel soms wat langer blijft staan of wat eerder invalt dan je standaardnorm dicteert. Op zich geen punt, er valt zeker wat voor te zeggen. De enige kanttekening die ik wil maken is dat je moet opletten dat je niks
‘verklapt’. Zelfs vind ik het nogal irritant om een spannend antwoord al gelezen te hebben nog voor het gezegd wordt.
X: Ben je nou echt zwanger?
…SPANNINGSBOOG!... cut.
Naar voren gehaald naar de cut zien we de ondertitel meteen in beeld:
Y: Ja, fijn, hè?
En pas 12 beeldjes later – wel bijna een halve seconde dus – horen we Y dan daadwerkelijk die woorden uitspreken. Dan heb ik wel even een diepezuchtmomentje. Maar goed, misschien is dat beroepsdeformatie.
Tien tot twaalf beeldjes, dat wordt meestal als norm genomen. Dus valt de cut
binnen de tien tot twaalf beeldjes van je in-tijd/uit-tijd, dan pas je die tijd richting de cut aan. Zelf vind ik tien beeldjes mooi zat.
Is het een must? Nee. Het is eigenlijk ooit zo ontstaan doordat het wisselen van de ondertiteling vlak bij een cut voor trillingen in beeld kon zorgen. Ik vermoed dat daar ooit sprake van was in de bioscoopwereld. Ik werk al meer dan 30 jaar voor de video- en tv-branche, en ik ken het verhaal uiteraard, maar ik heb me er eigenlijk nooit per se aan hoeven houden. Dus als je ervoor kiest, dan is dat vooral om ondertitel-esthetiek. Voor dat iets rustigere beeld rond een cut valt best iets te zeggen.
Rehearse/Run Down(mode)/Video-document sync
De modus waarin de software het visuele product afspeelt zoals het uiteindelijk met je ondertitels uitgezonden gaat worden.
Broadcast-ready/uitzendklaar
Voor mij de kwaliteitsnorm voor hoe je je werk altijd moet afleveren. Het is me de nodige keren overkomen dat m’n werk razendsnel doorgesluisd moest
worden omdat de uitzending al binnen een halve dag was. Het is me ook overkomen dat de uitzending al liep en ik bezig was m’n werk af te maken.
Ervaren conculega’s zullen het herkennen. Dan moet je dus uitzendklaar werk afleveren, omdat er geen tijd meer is voor enige vorm van redactie. Dan gaat je werk door een laatste (automatische) technische controle en hup meteen de lucht
in. Het zal de meesten van ons niet vaak overkomen, maar toch is het een goeie stelregel voor je werk: zou het in principe zo uitgezonden kunnen worden?
(Tussen de regels door: Ja, ik weet dat de norm voor uitzendklaar tegenwoordig soms niet hoger dan m’n knieën komt, maar even los daarvan).
Nu niet gelijk in de stress raken. Een typo ligt altijd op de loer. Je doet je uiterste best ze te voorkomen en toch slagen die *** er af en toe in om ertussendoor te glippen. Typo happens. Daar moet je mee leren dealen.
Tussentaal
De taal tussen de brontaal en de doeltaal in. Die zal in ons taaldomein nagenoeg altijd Engels zijn.
Waarom een extra taal? Zorgt die niet juist voor meer ‘vertaalrisico’? Jazeker, en om (ver)taalkundige redenen zou je er dan ook verre van moeten blijven.
Maar ook dan kom ik weer uit bij datgene waarbij ik zeer regelmatig uitkom in Over ondertiteling: de bedrijfseconomische keuzes die de grote (internationale)
bedrijven waar we voor werken maken en de secundaire rol die kwaliteit daarin speelt.
Stel, je bent een mondiaal opererende broadcaster. Je wilt een nieuwe Deense
serie uitbrengen genaamd: De Brits. Twaalf afleveringen. Je wilt ze al over een paar weken op je kanaal hebben staan. Maar je zendt in dertig landen uit, waar twintig verschillende talen gesproken worden (we houden het bescheiden). Hoe ga je dan in godsnaam binnen die tijd ondertitelaars Deens-Tsjechisch, Deens-Nederlands, Deens-Pools, Deens-whateverspeak regelen? Dat zal met de hakken over de sloot wel een keertje kunnen lukken, maar veel keus aan ondertitelaars heb je dan waarschijnlijk niet. Bovendien hebben die lastige vertaalgasten vast en zeker ook nog eens veel noten op hun zang, over deadlines en tarieven. Het is een economische wetmatigheid: veel vraag (zeker op korte termijn) en weinig aanbod, zorgt voor een hoge prijs en een weinig stuurbare deadline. Een nachtmerrie voor onze winstmaximaliseerders.
Maar zie hier de oplossing: er zijn natuurlijk veel meer ondertitelaars Deens-Engels (everybody can English two in Denmark), dan Deens-(Kleine)Doeltaal. Als je eenmaal op Engels uitgekomen bent, heb je alleen nog ondertitelaars Engels-(Kleine)Doeltaal nodig. Ook die zijn er meestal in ruime mate. De extra vertaalslag lijkt een extra kostenpost, maar men kan daardoor wel veel sneller leveren, want men hoeft niet op zoek naar spelden in linguïstische hooibergen, die ook nog eens heel lelijk kunnen prikken als het op tarieven aankomt. Je hebt zo twee vertalerspools die behoorlijk vol zitten en dus beter bedrijfseconomisch bespeelbaar en uitspeelbaar zijn. Vanuit de kant van de bedrijven snap ik het
wel, een handige zet. Zeker in een wereld waarin alles steeds sneller en goedkoper moet. Ik zou het zelfs kunnen billijken als ze de eerste vertaalslag, in
dit geval Deens-Engels, dan maar wel door een zogeheten native speaker zouden laten doen. Maar dat gebeurt dus lang niet altijd, omdat ze dan hun keuzes weer duchtig beperken. De keiharde wetmatigheid van de vertalerswereld – altijd vertalen naar de moedertaal/native tongue toe – lijkt dan ook de status van telefooncel en dinosaurus bereikt te hebben. Ik hoor en lees al ruim dertig jaar bijna dagelijks meer Engels dan Nederlands, maar ik heb talloze malen totaal verbijsterd naar een template in het Engels zitten kijken die uit een wat minder gangbare taal vertaald was, heel duidelijk niet door een native speaker Engels.
Want whole honestly said, I understood there really no ass from. Het is dan ook bij dat soort programma’s met grote regelmaat kunst- en vliegwerk, bijna
blind vertrouwen op je ervaring. Arme onervaren ondertitelaar, denk ik dan weleens, als ik het slappe koord weer eens onder me voel zwabberen.
Het kan trouwens ook met een goeie native speaker wel misgaan. Laatst heb ik aan een docu over het Braziliaanse nationale voetbalteam van 2002 gewerkt. Die was vanuit het (Braziliaans-)Portugees naar het Engels vertaald door een Engelsman die al tig jaar in Portugal woont. Appeltje-eitje, zou je zeggen. Nu weet ik de exacte situatie niet meer, maar op een gegeven moment kwam ter sprake dat de tijd begon te dringen, want the coach had already arrived. Dat verbijsterde me toch wel. Die coach stond al een minuut vol in beeld met Braziliaanse passie tegen de spelers te oreren. Na enig gekraak onder m’n hersenpan drong het tot me door dat Engelsen een bus een coach noemen. De spelersbus! Verrek.
Een tussentaal maakt het dus zelfs lastiger en riskanter als het werk gedaan wordt door professionele native speakers. Het helpt dan ook sowieso als je als ondertitelaar goed bekend bent met de setting – voetbal bijvoorbeeld – en het sociaal-culturele domein – de westerse wereld bijvoorbeeld. Ik heb ooit ook ‘mogen’ werken aan een Chinese serie over tennispubers, getussentaald door iemand die duidelijk het Engels niet als moedertaal had. Zucht. Ik ben toen menigmaal tegen de Chinezen en tegen de ‘Engelse’ template uitgevallen: It’s all fucking Greek to me!
Machine Translation (MT)/Augmented Translation
Het einde van ons vak?
Midden/eind jaren ’90 kreeg ik de schrik van m’n leven toen ik berichten las over software die zeer binnenkort zelfs spraak in real-time zou kunnen vertalen.
We hadden een kleine van twee en een tweede was onderweg. Ik zag m’n geest al zweven. Maar al vrij snel werd duidelijk dat men met wel erg veel bombarie ver voor de vertaalmuziek uit was gaan lopen. Maar het was zeker een stap in de richting van waar we nu ongeveer beland zijn. Momenteel is MT met enige regelmaat verrassend goed. Maar net als ik denk dat ik een ander vak moet gaan zoeken, blundert MT de hele boel weer bij elkaar. Dat is de situatie waarin we ons nu bevinden: MT is zowel verbazingwekkend goed als verrassend slecht. En
dat zal, als met een schuifregelaar, in de richting van goed/beter/best blijven verschuiven. Daar zul je dan ook mee moeten leren omgaan, of je moet aan je stutten trekken. Ooit breekt het moment aan waarop niet meer duidelijk is of MT nou ons hulpje is of dat wij het hulpje van MT zijn. Maar dat duurt nog wel even. Nee, ik ga niet zeggen hoelang. Dit soort ontwikkelingen schieten soms snel vooruit, om dan weer ergens vast te lopen. De richting van de beweging
staat vast, de snelheid waarmee niet.
Vertalers van ‘gewone teksten’ zijn ons wat dat betreft al een paar flinke stappen
voor. Daar is MT al veel verder binnengedrongen. Niet onlogisch, omdat een ‘scheutje meer volume’ er (meestal) bij niet-ondertitelteksten niet zo veel toe doet. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in handleidingen in meerdere talen die bij sommige apparatuur zitten. De lengte van de vertalingen kan soms flink verschillen. Dat werkt bij ondertiteling natuurlijk wel anders. Bij ons moet
het allemaal in één mal passen. Dat houdt in dat we dus met enige regelmaat
moeten passen en meten, indikken en omvormen, weglaten en verschuiven. The tricks of the trade, inderdaad. Maar hoe gaat MT in godsnaam aanvaardbaar indikken zonder de inhoud en/of de context goed te snappen? Het is vooralsnog een brug te ver voor MT.
Voorbeeldje van het niet snappen van context/inhoud: In een programma over het roerige interbellum in Europa stuitte ik laatst op dit juweeltje:
The people were revolting.
Glashelder voor een onderlegde ondertitelaar, maar niet voor MT, er stond:
De mensen waren walgelijk.
Of je het nou contextueel of inhoudelijk onbenul noemt, MT kon er helemaal niks mee. Ja, gokken.
Tijd voor een intermezzo: belletje trekken bij MT, contextueel fucken met Deepl.
The barkeeper asked the secret agent: Shaken or stirred?
De barkeeper vroeg de geheim agent: Geschud of geroerd?
The doctor asked the victim: Shaken or just stirred?
De dokter vroeg het slachtoffer: Geschud of gewoon geroerd?
Van EN naar NL. Tik in: A chicken has legs. Ja hoor, goed gedaan.
Een kip heeft poten.
Dan: A chicken has legs but does a horse also have legs?
Helaas: Een kip heeft benen, maar heeft een paard ook benen?
ChatGPT maakt ervan: Een kip heeft poten, maar heeft een paard ook poten?
Nog eentje voor ChatGPT. Translate into Dutch:
Helena Blavatsky said she believed in spirits, but Boris Jeltsin said jokingly he believed in spirits too.
Helena Blavatsky zei dat ze in geesten geloofde, maar Boris Yeltsin zei op luchtige toon dat hij ook in geesten geloofde.
Flauwe grap, maar toch te hoog gegrepen. Maar de vraag is wel hoeveel vertalers van vlees en bloed oppikken hoe dit zit. De betere snappen het zeker. De wat minder ervaren, maar professioneel gedreven vertalers zullen het zeker pogen te doorgronden. Maar je moet er toch niet aan denken dat ChatGPT stand-upcomedy moet ondertitelen. Maar goed, dat is ook voor ons een heel lastig om
wat van te maken. Maar je moet in elke geval wel in de goeie richting zitten.
Degene die de beste ondertiteling voor bovenstaande tekst bedenkt, krijgt Over ondertiteling cadeau van me. O nee, dat is waar, ik deed het al voor niks. Dubbel voor niks dan maar.
Ook bij relevantie schiet MT tekort. Ik heb honderden misdaaddocu’s ondertiteld. Daarin is dan op enig moment vaak sprake van een opsomming van relevante kenmerken, van een dader, van een plaats delict of wat dan ook. Lengte, gewicht, haarkleur, snorretje, kleding, etc. Soms heb je dan niet genoeg ruimte om al die aspecten te noemen. Maar een van die aspecten kan later een cruciale rol spelen in de oplossing. Als je dat aspect hebt moeten weglaten
vanwege ruimtegebrek, dan zal een goed ondertitelaar het later alsnog aanpassen.
Als ondertitelaars hebben we allemaal weleens van die bagger-schreeuw-scheld-programma’s gedaan. Je ontkomt er helaas niet altijd aan. Daarin gebeurt
het regelmatig dat meer dan twee mensen door elkaar heen zitten te tetteren.
Kort fragment (oordoppen in):
Vrouw: Hufter. (1)
Zus: Ja, wat een klootzak. (2)
Man: Snol.(3)
Vrouw beent ziedend weg. Ik heb hem nog zo gezegd dat niet tegen me te zeggen.
Als de templatemaker het niet opgepikt heeft en hierboven gewoon het derde zinnetje vanwege tijdgebrek weggelaten heeft, dan zal ook MT iets produceren wat kant noch wal raakt en de kijker niet duidelijk maken wat er deze keer nou zo extra stuitend was in die stortvloed aan dagelijkse stuitende lulkoek.
Ook bij versprekingen en taalverhaspelingen steken problemen de kop op voor MT. Soms zegt men simpelweg iets wat men eigenlijk geheel anders bedoelt.
Voor de goed verstaander – die de brontaal dus beheerst – is het dan duidelijk wat er wordt bedoeld, maar voor anderen dus niet. Ik heb het wel meegemaakt in een misdaaddocu dat iemand zich versprak en het had over een telefoontje naar de verdachte, terwijl het een telefoontje van de verdachte was. Dit soort dingen gaat MT niet voor de kijker oplossen.
Een ander dingetje voor MT is het feit dat Nederlands een ‘langere’ taal is. Ik ben vaak jaloers op Engelse ondertitels, Ze lijken veel vaker makkelijker te passen. Ook als ik zelf maak. Ik heb dan wel weer medelijden met Franse ondertitelaars. In mijn oren lijkt die taal vaak een verbaal omweggetje (of twee) te nemen. Maar een ‘langere’ taal is hoe dan ook weer een extra horde die MT zal moeten zien te nemen.
Afijn, genoeg drollen naar MT gegooid als de eerste beste boze/angstige
chimpansee. Er zullen vast nog vele drollen volgen. Maar ik probeer hier niet MT weg te redeneren, dat is nutteloos. Daarvoor heeft het al een te hoog niveau
bereikt. Wel probeer ik te zeggen dat niemand van ons, hoe jongvolwassen nu ook, gaat meemaken dat MT ons werk helemaal zal overnemen - famous last words - maar ons aandeel zal gestaag – met horten en stoten - kleiner worden.
Het is ook glashelder dat MT de laatste tijd veel meters gemaakt heeft – digipetje af – maar dat zo langzamerhand de moeilijke meters zullen gaan aanbreken. Die waarin de goede ondertitelaar nog steeds een grote voorsprong heeft op MT. Neem, zoals ik al aangaf, zoiets als stand-upcomedy, dat zie ik MT voorlopig nog niet doen. Maar dan moet je als ondertitelaar natuurlijk wel voldoende kwaliteit in huis hebben om in de gaten te springen en die voorsprong goed te kunnen benutten.
Dat is nog wel een dingetje. Voor puntige/rake taal moet je helaas veel te vaak niet in deze tijd zijn. De sociale media hebben ons veel nieuwe woorden gebracht, maar ook stuitende taalarmoede. Puntig formuleren heeft plaats gemaakt voor ‘je snapt toch wat ik bedoel’. Misschien komt het door de emoticons, die heel veel verwoordingen onnodig maken, misschien door het taalgereedschap van Ali Baba-kwaliteit opgedaan op een geldgedreven opleiding, misschien door de verengelste mixtaligheid, misschien door de intrinsieke haast op de sociale media – als je over alles bij wilt blijven, weet je uiteindelijk nergens echt wat van - misschien komt het door de gekleurde bril van de bijna-boomer. Wie zal het zeggen. Feit is wel dat ik veel te vaak door vlees en bloed gemaakt ondertitels zie die MT nauwelijks tot in het geheel niet overstijgen. Vaak ook nog eens bij goed gestructureerd scripted drama. Iets wat als eerste nagenoeg geheel opgevreten gaat worden door MT. Geloof me, als dat je gemiddelde niveau is en je doet veel van dat soort werk, dan ben je easy fuck meat voor MT de komende jaren. Dus cover your ass.
Het is sowieso wel pijnlijk om te zien hoe MT bijdraagt aan de huidige vicieuze cirkel van taalvervlakking. MT kraait na wat de meeste mensen er (onbewust) in
stoppen. Ik zie dan vaak dingen terugkomen in MT waar eigenlijk een streep door zou moeten. Het is dan simpelweg fout – bijvoorbeeld los geschreven woorden die aan elkaar horen - of simpelweg niet goed genoeg - van puntig brontekst naar vaagtaal - of het is tenenkrommend Dunglish: een Engels sausje over Nederlandse teksten. A clever legal move om iemand uit het zadel te wippen binnen een groot bedrijf, wordt dan ‘een slimme legale zet’. Zoals ik een collega laatst zag ondertitelen. Tja. Als MT het doet, lachen we erom, als vlees en bloed het doet, huilen we erom. Maar als MT op die manier matig tot slecht taalgebruik gaat voeden, bevestigen en rondpompen, dan wordt het vechten tegen de bierkaai voor liefhebbers van bedreven taalgebruik. Maar ja, ik heb het
al eerder gezegd, als genoeg mensen iets fout doen, dan wordt het vanzelf goed. Soms/vaak (doorhalen wat je niet van toepassing acht) is dat ook helemaal niet
erg. Zo gaan die dingen. Alleen zijn ze nog nooit zo snel gegaan. De sociale media en big data zijn vliegwielen. Ik vind dan ook dat je je als echte professional – hoe je ook aankijkt tegen die vreselijke taalvervlakking/ doodnormale taalverandering – op z’n minst bewust moet zijn van wat er aan de hand is. Want ten tijde van taalveranderingen zullen er soms meerdere interpretaties mogelijk zijn.
Ik zal een voorbeeld geven dat door Dunglificatie en MT’ficatie al lang vaste grond onder de taalvoeten heeft:
Ze is weg bij X. Want hij wilde haar constant controleren.
Nog niet zo lang geleden een glasheldere zin, maar nu niet meer. Als jij dit geschreven hebt, moet ik je eerst naar je leeftijd vragen, om te snappen wat je bedoelt. Ben je – pak ‘m beet – 30/35 of jonger, dan bedoel je dat X haar de hele
tijd wilde overheersen, onder de duim wilde houden: to control. Ben je boven die ietwat willekeurige grens van 30/35 jaar, dan bedoel je dat X de hele tijd wilde nagaan wat ze deed. Op zich geen punt, dat verschil. Als je maar weet dat het er is en dat je er rekening mee moet houden als je iets formuleert.
Omdat het zo leuk is – het verschijnsel is natuurlijk ook gewoon voer voor
taalgrappen – nog even eentje die bij hardcore taalpuristen (boomer!) tot ergernis leidt:
De verlate dirigent kwam de repetitieruimte binnen rennen en riep: ’Zullen we deze keer gelijk beginnen?’
De essentie van zo’n tekst is dat je exact moet weten wat er staat. Of beter gezegd: wat er kan staan. Mocht je niet snappen waar ik het over heb, teken dan nooit een contract met het woord ‘gelijk’ erin.
Afijn, om er dan nu maar echt een MT-punt aan te draaien: MT en big data brengen flinke veranderingen voor ons teweeg. Nu lijken het vooral negatieve te zijn. Er dreigt ons immers van alles ontnomen worden. Maar er zullen vast ook deurtjes opengaan in positieve richtingen. Persoonlijk denk ik dat het grootste gevaar voor ons werk hetzelfde blijft als voorheen: grote (internationale) marktpartijen die geen ruk om ons vak, om taal of om vertaling geven. They are in it for the money. Alhoewel dat op zich logisch is voor een bedrijf, hebben we allemaal de afgelopen jaren kunnen zien hoe rucksichtslos het neoliberalisme huis kan houden. The race to the bottom. Bij partijen als Netflix gaat het niet om films, series of docu’s, zoals het in Hollywood niet om films gaat. Het gaat simpelweg om geld. Vraag het maar aan de echte cineasten die er gewerkt hebben. Als het geld op kan leveren, zal er te allen tijde druk op de kwaliteit en
de specs blijven staan. Wees daar niet naïef over bij de keuzes en overwegingen omtrent je beroep. Verbreed je horizon. Bekwaam je niet alleen in ondertiteling, maar ook in voice-overs en dubbingklussen, etc. Bekwaam je in niches, in sociale media - zoek en gij zult vinden, wees vindbaar en gij zult gevonden
worden. Verken ook andere horizonten. Wees qua logistiek betrouwbaar – kom je deadlines na en lever uitzendklaar af. Maar leg sowieso de lat hoog in wat je
ook doet. Stel, ik zou vinden dat op heel veel professionele vlakken het niveau tegenwoordig erg matig is – hoe kom ik erbij – dan liggen daarin natuurlijk ook kansen. Als het klopt, dan kan je er dus ook makkelijker flink bovenuit steken. Ga ervoor. Ik geloof nog steeds dat kwaliteit loont. Al moet je dan wel eerst doorhebben wat kwaliteit is en zorgen dat je die in huis hebt.
Comments